HOOFDSTUK 13 − RICHTLIJNEN BEKLEDE ELEKTRODE
13-1. Lasprocedure met beklede elektroden
2
1
Benodigde
gereedschappen:
OM-2226 Pagina 62
LASSEN
5
4
7
3
6
!
De lasstroom start als de
elektrode het werkstuk raakt.
!
Lasstroom
kan
elektro-
nische onderdelen in voer-
tuigen
beschadigen.
Ont-
koppel
beide
accukabels
voordat u aan een voertuig
gaat lassen. Plaats de mas-
saklem zo dicht mogelijk bij
de las.
.
Draag altijd geschikte bescher-
mende kleding
1
Lasobject
Zorg dat het lasobject schoon is
voor u begint te lassen.
2
Massaklem
3
Elektrode
Een elektrode met een kleine dia-
meter heeft minder stroom nodig
dan een grote. Volg de instructies
van de fabrikant van de elektrode
als u de lasstroom instelt (zie sectie
13-2).
4
Geïsoleerde elektrodehouder
5
Stand elektrodehouder
6
Booglengte
De booglengte is de afstand van de
elektrode tot het werkstuk. Een kor-
te boog met de juiste stroomsterkte
geeft een scherp krakend geluid af.
7
Slak
Verwijder slak met een bikhamer
en een staalborstel. Verwijder slak
en controleer het lasbad voor u
weer verder gaat met lassen.
stick 2010−02 − ST-151 593