Controleer de
7
printerwerking.
Als u de papierinvoer naderhand installeert (als u de printer al gebruikt)
Sluit de kabels en
1
snoeren aan.
Plaats papier.
2
(Lade 2*)
Registreer de
papierinvoer bij het
3
stuurprogramma van
de printer.
Controleer de
4
printerwerking.
*
Lade van de papierinvoer
De informatie van de papierinvoer instellen
Stel na installatie de informatie van de papierinvoer in.
Hier wordt uitgelegd hoe dat gaat in Windows. Zie de "Online handleiding" voor Macintosh.
1
Open de printermap.
"Basisbewerkingen/Diverse informatie voor Windows"
2
Klik met de rechtermuisknop op het pictogram van de printer en selecteer [Eigenschappen] of
[Eigenschappen van printer] in de keuzelijst.
Controleer de werking aan de hand van een testpagina in Windows.
"Basisbewerkingen/Diverse informatie voor Windows"
Sluit de kabels en elektriciteitskabels weer aan die waren losgemaakt en start
de printer opnieuw.
"Papier in de lade plaatsen"
"De informatie van de papierinvoer instellen"
Controleer de werking aan de hand van een testpagina in Windows.
"Basisbewerkingen/Diverse informatie voor Windows"