Gedrag van de actief-bevestiging. U kunt kiezen uit:
UIT –
Na activering (niet intern) van de alarminstallatie, volgt geen visuele
bevestiging aan de buitensirene.
AAN –
Na een geslaagde activering (niet intern) van de alarminstallatie volgt een
visuele bevestiging aan de buitensirene.
Gedrag van de niet-actief-bevestiging.
De programmering vindt analoog met de actief-bevestiging.
16. Systeeminstellingen
Kies Systeeminstellingen.
Kies de betreffende functie. Een overzicht van de verschillende functies en hun
eigenschap vindt u in de tabel.
Functie
Betekenis
Gebruikersmogelijkheden
In dit menu stelt u in, welke mogelijkheden de gebruiker
via zijn gebruikersmenu kan verrichten.
Toegang op afstand
Dit menu stuurt de toegang tot de
afstandsbedieningsfunctie.
Taal
Kies de taal voor de uitvoer van de gesproken tekst en
de grafische weergave. U kunt altijd uit twee talen
kiezen.
Fabrieksinstelling
Voor het herstellen van de fabriekswaarden en instelling
van de landinstellingen (belangrijk voor de
telefooncommunicatie).
Installateurscode
Voor de invoer van een nieuwe gebruikerscode.
Vertraging deactiveren
Voor het deactiveren van de centrale/het deelgebied met
de draadloze afstandsbediening binnen de
ingangsvertragingstijd.
Is de functie geactiveerd, kan de alarmcentrale alleen
binnen de ingangsvertragingstijd met de
afstandsbediening gedeactiveerd worden. Is de functie
niet geactiveerd, dan kunt u de draadloze alarmcentrale
met de afstandsbediening altijd deactiveren.
OV reactie
Voor de instelling van het gedrag bij een overval.
Auto activeren
Instelling van de centrale voor het gedrag na het alarm.
Sirenevertraging
Voor de instelling van de duur van de sirenevertraging.
Sireneduur
Voor de instelling van de sireneduur.
Vertr. bij ingangsalarm
Voor de instelling van de vertragingstijd bij het
ingangsalarm.
Supervisie
Voor de instelling van het gedrag van de centrale bij
supervisionuitval.
Stoorsignalen
Voor de instelling van het gedrag van de centrale bij
stoorsignalen.
Accutest
Voor het activeren van de accutestfunctie.
Sirene bij intern
Voor de besturing van de sirene-eigenschap bij intern
geactiveerde installatie.
Geforceerd inschakelen
De functie geforceerd inschakelen activeren/deactiveren
of met bevestiging activeren.
RF sirenes opties
Voor de instelling van het gedrag van de draadloze
sirene.
16.1. Systeeminstellingen configureren
Kies de betreffende mogelijkheden uit de tabel voor de gebruiker. Om een functie voor
de gebruiker vrij te schakelen, drukt u op Wijzigen.
De weergave moet op J staan, zodat de gebruiker ze kan gebruiken.
Functie
Betekenis
Gesproken bericht
Biedt de gebruiker de mogelijkheid om een gesproken
opnemen
bericht op te nemen.
Reset na alarm
Biedt de gebruiker de mogelijkheid, na het alarm de
draadloze centrale met de gebruikerscode te resetten.
Kiest u „N", kan de gebruiker het alarm alleen
uitschakelen, maar de administrator moet de installatie
resetten door zijn toegangscode in te voeren.
Bedieningspaneelalarm
Activeert voor de gebruiker de alarmtoetsen op het
bedieningspaneel.
Zonesabotage resetten
Biedt de gebruiker de mogelijkheid, na de sabotage de
draadloze centrale met de gebruikerscode te resetten.
Kiest u „N", kan de gebruiker het alarm alleen
uitschakelen, maar de administrator moet de installatie
resetten door zijn toegangscode in te voeren.
Allemaal sluiten
Biedt de gebruiker de mogelijkheid, met een toets alle
open zones in één keer te sluiten.
68