12.8. Zonetype selecteren
U kunt hier het vooringestelde zonetype wijzigen, neem de beschrijving van de
zonetypes in dit hoofdstuk in acht.
Kies het menupunt Type.
Met Selecteer bevestigt u het betreffende zonetype.
ZONETYPE
Een melder wordt zone genoemd als deze in de draadloze alarmcentrale ingelezen is.
Zones kunnen verschillende eigenschappen hebben. De melder weet niet of de
draadloze alarmcentrale geactiveerd of gedeactiveerd is. Een melder stuurt daarom
altijd een alarm naar de centrale als deze een verandering registreert. Pas in de
draadloze alarmcentrale wordt geanalyseerd of deze melding tot een alarmreactie leidt
of niet.
NIET IN GEBRUIK
Een zone waarop geen draadloze melder ingelezen is of waarop op de ingang geen
snoergebonden melder aangesloten is en die dus niet gebruikt wordt, moet als
zonetype Niet in gebruik geprogrammeerd worden. De alarminstallatie reageert niet als
een gebeurtenis deze melder activeerd.
ONMIDDELLIJK
Deze zone activeert met een geactiveerde draadloze alarmcentrale onmiddellijk een
alarm als een draadloze melder een verandering naar de draadloze alarmcentrale
stuurt of de toestand van de alarmzone verandert (bijv. openen van het alarmcontact).
INGANG VOLGEND
Deze zone activeert geen alarm als eerder een in-/uitgangszone de
ingangsvertragingstijd geactiveerd is. Er volgt een onmiddellijk alarm als er eerder
geen ingangsvertraging werd geactiveerd. Gebruik dit zonetype bijv. voor een
bewegingsmelder in de gang, die op de (van een openingsmelder voorziene voordeur
gericht is. Deze melder kan als in-/uitgangsmelder bij interne activering gebruikt
worden. Deze zone kan bij het verlaten van het programmeermenu geopend zijn.
IN/UITGANG
Deze zone activeert met een geactiveerde inbraakalarminstallatie pas na een
ingestelde vertragingstijd (ingangsvertraging) een alarm. Gebruik dit zonetype bijv.
voor de openingsmelder op uw voordeur. Bij het verlaten van het object kan het sluiten
van deze zone ook gebruikt worden om de uitgangsvertraging te beëindigen. Deze
melder kan ONMIDDELLIJKE melder bij interne activering gebruikt worden.
24 UUR
Deze zone activeert altijd een onmiddellijk alarm. Met een gedeactiveerde draadloze
alarmcentrale vindt de alarmering eerst via de geïntegreerde zoemer in de centrale
plaats. In geactiveerde toestand wordt bovendien de sirene-uitgang geactiveerd. Wordt
een 24 uur zone geblokkeerd, dan geldt dit alleen voor de gedeactiveerde toestand.
BRAND
Deze zone activeert altijd een alarm. Onafhankelijk van het feit of de
inbraakalarminstallatie geactiveerd of gedeactiveerd is. De alarmering vindt via de
signaalgever in de draadloze alarmcentrale en op de buitensirene als gepulst
brandalarmsignaal plaats. Lees op deze zone alleen brandmelders in.
OVERVAL
Deze zone activeert altijd een alarm. Onafhankelijk van het feit of de
inbraakalarminstallatie geactiveerd of gedeactiveerd is. Een overvalalarm kan ook stil
(bijv.: via optionele telefoonkiezer) doorgegeven worden. Het programmeermenu kan
alleen verlaten worden als deze zone gesloten is.
TECHNIEK
Een techniekzone activeert in gedeactiveerde toestand een alarm via het
bedieningselement en een optionele kiezer. In geactiveerde toestand wordt er geen
alarm geactiveerd. Mocht er een alarm in geactiveerde toestand op deze zone
optreden, dan wordt dit tijdens het deactiveren van de centrale weergegeven. Gebruik
dit zonetype bijv. voor watermelders.
48