Vanwege de veiligheid moeten banden worden vervangen als ze op een van de
volgende manieren zijn beschadigd:
•
Schade aan de band zoals inkepingen, scheuren, barsten diep tot in de
koordlaag en blaren die schade aan de binnenlaag betekenen:
•
Regelmatig lekken of schade aan banden die niet kan worden gerepareerd
vanwege de omvang of locatie van de schade of andere beschadigde
gebieden;
•
Lekken, blaren en schade in de wang van de band;
•
Vervorming of corrosie door langdurig parkeren.
Als u twijfelt, neem contact op met NIO.
VOORZORG
Als de bandenslijtage ongelijk is verdeeld, raden we u aan contact op te nemen
met NIO om de banden te laten controleren op dynamische balancering.
Controleer en onderhoud uw banden regelmatig op basis van uw rijgewoonten en
wegomstandigheden om slijtage aan de band te beperken en de levensduur van
uw banden te verlengen:
•
Elke band moet in de eerste 500 kilometer inlopen. U kunt ze bij de juiste
snelheid voorzichtig inlopen om de levensduur van de banden te verlengen.
•
Wanneer u over een stoeprand of iets vergelijkbaars moet rijden, moet u
langzamer rijden en waar mogelijk haaks op de stoeprand rijden.
•
Een harde klap op een stoeprand of een voorwerp met scherpe randen (zoals
een rots) kan onzichtbare schade aan de band veroorzaken, die mogelijk pas
later wordt geconstateerd. Afhankelijk van de kracht van de klap kan de
velgrand ook beschadigd raken.
•
Scherpe bochten, overmatig accelereren en plotseling remmen kunnen
slijtage van de banden verergeren.
•
Wanneer u over grote kuilen, verkeersdrempels of obstakels rijdt, verlaag dan
uw snelheid en wees voorzichtig.
•
Laat de dynamische balans van de band altijd controleren nadat een band is
vervangen.
•
Als de auto niet rechtuit kan rijden, of naar links of rechts trekt, ga dan naar
een servicecentrum van NIO om de wieluitlijning te laten controleren en waar
nodig af te stellen.
Onderhoud van de auto
345