Opties
Algemeen
De hierna vermelde opties zijn voor alle varianten van de stroombronnen lever-
baar.
Automaat-inter-
De automaat-interface dient ter verbinding van de stroombron met de automaat-
face
besturing. Volgende signalen kunnen via de automaat-interface worden overge-
bracht:
Signaalingang: Lasstart / lassen end
-
-
-
Signaaluitgang: stroomvloedsignaal
-
OPMERKING!
De automaat interface stelt een functiescheiding voor het lasstroomcircuit met
maximaal 500 V gelijkstroom ter beschikking.
Voor een veilige functiescheiding voor het lasstroomcircuit relais met een isola-
tiespanning van meer dan 1500 V gelijkstroom gebruiken.
Technische gegevens signaalingang lasstart / lassen end
U
maxAC
I
max
Technische gegevens signaaluitgang stroomvloed signaal
U
max
I
max
Aansluiting CO2
Op de aansluiting CO2 gasvoorverwarmer kunnen externe gasvoorverwarmers
gasvoorverwar-
voor gasdrukreduceerders worden aangesloten. De gasvoorverwarmers worden
mer
met 36 V gevoed.
OPMERKING!
Gasvoorverwarmers worden alleen tijdens het lassen van spanning voorzien.
De capaciteit van de gasverwarmers mag niet hoger dan 150 W zijn.
De voeding van de gasverwarmers is tegen overbelasting en kortsluiting beveiligd.
Signaalingang voor een potentiaalvrij contact (toets, relais, ...) tussen pin X1:1
en pin X1:2
de signaalingang van de automaatbesturing wordt door de stroombron als
een signaalingang van een lasbrander verwerkt - op correcte instelling van
het soort functie letten (2-takt of 4-takt).
Voor optimale signaaloverdracht vergoulden contacten toepassen
Potentiaalvrij contact tussen pin X 1:3 en pin X 1:4
5 V
4 mA
24 V
20 mA
27