Elektrodelassen
1
2
3
OPMERKING!
In principe blijven alle met het stelwiel ingestelde gewenste parameterwaarden tot
de volgende wijziging opgeslagen.
Dat geldt ook als de stroombron tussentijds uitgeschakeld en weer ingeschakeld wordt.
4
Elektrodelassen
BELANGRIJK! Voor het lassen van CEL-elektroden moet de Setup-parameter CEL op
met CEL-elektro-
'on' zijn ingesteld (zie ook pagina 81)!
den
Pulslassen
Pulslassen is lassen met pulserende lasstroom. Het wordt toegepast bij het positielassen
van stalen buizen en bij het lassen van dunne platen.
Bij deze toepassingen is de lasstroom die aan het begin van het lassen is ingesteld, niet
altijd tot nut voor de volledige lasprocedure:
-
-
Instelbereik: off, 0,2 - 990 Hz
Werking:
-
-
62
Door de toets Bedrijfsmodus in te drukken de bedrijfsmodus Elektrodelassen selec-
teren:
BELANGRIJK! Als de bedrijfsmodus Elektrodelassen wordt geselecteerd, staat de
lasspanning pas na een vertraging van 3 seconden tot uw beschikking.
Aan het stelwiel draaien om de lasstroom in te stellen
De ingestelde waarde wordt meteen overgenomen.
Stel indien nodig meer parameters in het Setup-menu in
(details zijn terug te vinden in het hoofdstuk Setup-instellingen vanaf pagina 81)
Met lassen beginnen
bij een te lage stroomsterkte wordt het materiaal niet genoeg versmolten,
bij oververhitting bestaat het gevaar dat het vloeibare smeltbad druppelt.
Een lagere grondstroom I-G stijgt na een grote stijging tot de duidelijk hogere puls-
stroom I-P en daalt na de tijd Duty cycle dcY weer naar de grondstroom I-G.
Bij het pulslassen worden kleine delen van de lasplek snel versmolten. Deze plek-
ken stollen ook snel weer.