• Als de modus van het apparaat wordt veranderd.
• Als het apparaat wordt uitgeschakeld.
• Als de standaardinstelling van het apparaat voor dezelfde instelling wordt gewijzigd.
Afbeeldingsbelichting aanpassen
In dit onderdeel wordt beschreven hoe u de afbeeldingsbelichting voor de huidige taak aanpast.
Er zijn vijf afbeeldingsbelichtingsniveaus. Hoe hoger het belichtingsniveau, hoe donkerder de gescande
afbeelding.
1.
Druk op de [Belichting]-knop.
2.
Druk op [ ] of [ ] om het gewenste belichtingsniveau te selecteren en druk vervolgens op
de [OK]-knop.
• Druk op de [Escape]-knop om de huidige wijziging te annuleren en terug te keren naar het
beginscherm.
• U kunt de standaardinstelling [Dichtheid] van het apparaat zo instellen dat alle scans worden
gemaakt met een bepaald belichtingsniveau. Raadpleeg voor meer informatie Pag.145
"Instellingen scannereigenschappen".
• Tijdelijke taakinstellingen worden in de volgende gevallen gewist:
• Als er geen informatie wordt ingevoerd in de tijd die is opgegeven bij [Automatische reset
systeem] terwijl het beginscherm wordt weergegeven. Raadpleeg voor meer informatie
Pag.145 "Instellingen scannereigenschappen".
• Als er op de [Wis/Stop]-knop wordt gedrukt terwijl het beginscherm wordt weergegeven.
• Als de modus van het apparaat wordt veranderd.
• Als het apparaat wordt uitgeschakeld.
• Als de standaardinstelling van het apparaat voor dezelfde instelling wordt gewijzigd.
CVW109
De scaninstellingen opgeven
97