9. | Met mega macs X werken
3. Let op info- en instructievenster(s).
4. Sluit info- en instructievenster(s).
5. Selecteer in de app-launcher het gewenste diagnosetype (bijv. >Service-reset<).
ð Het venster Login verschijnt.
6. Voer de CSM-gebruikersgegevens in en selecteer >Login<.
7. Bevestig de gebruikersidentificatie via >Bevestigen<.
ð De complete diagnoseomvang is nu zonder beperking beschikbaar.
9.4. Diagnose
Merkspecifieke voertuigcommunicatie maakt gegevensuitwisseling mogelijk met de voertuigsystemen die moeten wor-
den gecontroleerd. Hierbij zijn de diversiteit en de nauwkeurigheid van de diagnose afhankelijk van de functieomvang van
de betreffende ECU.
Onder Diagnose staan de hierna genoemde parameters ter keuze:
• >Foutcode<
Met deze functie kunnen de foutcodes die in het foutcodegeheugen van de ECU zijn opgeslagen worden uitgelezen en
worden gewist. Bovendien kan er informatie betreffende de foutcode worden opgeroepen.
• >OBD-diagnose<
Hier kan de OBD2-diagnose van uitlaatgasrelevante componenten worden gestart. Hier moeten uitsluitend de voer-
tuigfabrikant en het brandstoftype worden geselecteerd.
• >Parameter<
Met deze functie kunnen de realtime-gegevens of de toestanden van de componenten uit de ECU grafisch en alfanu-
meriek worden weergegeven.
• >Actuator<
Met deze functie kunnen actuatoren met behulp van de ECU worden geactiveerd/gedeactiveerd.
• >Basisinstelling<
Hier kunnen componenten worden gereset naar hun basisinstellingen.
• >Codering<
Met deze functie kunnen nieuwe componenten in de ECU worden gecodeerd.
• >Testfunctie<
Hier kunnen speciale controles/zelftests worden uitgevoerd.
• >Service-reset<
Hier kan het inspectie-interval worden gereset. De service-reset kan manueel of via het diagnoseapparaat worden uit-
gevoerd.
872
Hella Gutmann
mega macs X