3.2.1
Eisen aan de inbouwplaats bij het binnenbrengen van brandbare gassen
Opmerking
Eisen aan de inbouwplaats bij het binnenbrengen van brandbare gassen
Als er brandbare gassen worden binnengebracht, kan nooit worden uitgesloten dat deze bij een
storing geheel of gedeeltelijk vrijkomen. Controleer door middel van passende
veiligheidsmaatregelen of zich daardoor nooit explosieve gasmengsels kunnen vormen. Een
mogelijke veiligheidsmaatregel is het voldoende spoelen van de inbouwplaats met inert gas of
lucht. Deze veiligheidsmaatregelen moeten worden afgestemd met een plaatselijke
deskundige.
3.3
Apparaten in explosieve zones
Explosiegevaar
Wanneer er een brandbare of ontvlambare atmosfeer heerst, mogen er in geen geval
connectors worden losgekoppeld of lampen en/of zekeringen worden vervangen, zolang het
apparaat van spanning wordt voorzien.
Explosiegevaar
De gasanalysatoren voor gebruik in Ex-zone 2 moeten in een afsluitbare behuizing worden
geïnstalleerd. Deze behuizing moet voldoen aan de vereisten conform EN/IEC/UL/CSA
60079-0/60079-7 en moet zijn ontworpen voor alle omgevingscondities die tijdens werking
kunnen optreden. Deze behuizing kan alleen worden geopend met een gereedschap (bijv. een
sleutel).
De omgevingstemperaturen kunt u vinden in hoofdstuk Technische gegevens (Pagina 63).
Bovendien moet door geschikte maatregelen ervoor worden gezorgd dat
• de vorming van explosieve gasmengsels in het binnenste van het apparaat niet boven de
• storingsinvloeden tot niet meer dan 40 % afwijking van de nominale spanning kunnen
• Plaats de apparaten uitsluitend in zones met verontreinigingsgraad 2 of beter conform IEC
Serie 6 en ULTRAMAT 23
Beknopte bedieningshandleiding, 09/2024, A5E45779144006-AC
GEVAAR
GEVAAR
specificaties van zone 2 komt
leiden
60664-1.
Monteren/inbouwen
3.3 Apparaten in explosieve zones
31