Veiligheidsaanwijzingen
2.2 Voorwaarden voor het veilige gebruik
Symbool
Opmerking
Gebruik in speciale omgevingsomstandigheden
Het apparaat mag uitsluitend overeenkomstig de door de fabrikant voorziene
omgevingsomstandigheden worden gebruikt. Als u hiervan afwijkt, bijv. in kerncentrales of
voor onderzoeks- en ontwikkelingsdoeleinden, adviseren wij om eerst contact op te nemen met
uw Siemens-vertegenwoordiger of onze toepassingsafdeling om het betreffende gebruik te
bespreken.
LET OP
Manipulatie aan het apparaat
Door de fysieke toegang tot het apparaat zijn ongewenste manipulaties aan het apparaat
mogelijk. Hierdoor kan het apparaat zijn meeteigenschappen verliezen en onbruikbaar
worden.
• Zorg dat het apparaat op een beveiligde locatie wordt opgesteld en dat alleen bevoegde
• Als er geen instellingen aan het apparaat uitgevoerd moeten worden, vergrendelt u het
Ondeskundige wijzigingen aan het apparaat
Door veranderingen aan het apparaat, vooral in omgevingen waar ontploffingsgevaar heerst,
kunnen gevaren voor personeel, installatie en milieu ontstaan.
• Verander het apparaat alleen zoals beschreven in de handleiding van het apparaat. Bij niet-
16
Verklaring van de symbolen op het apparaat
algemene waarschuwing voor gevaren, bedieningshandleiding in acht nemen
waarschuwing voor hete oppervlakken
waarschuwing voor gevaarlijke elektrische spanning
personen toegang tot deze locatie hebben.
apparaat.
WAARSCHUWING
naleving vervalt de fabrieksgarantie. Als de wijziging significant is met betrekking tot de
productconformiteit (bijv. veiligheid, EMC), wordt de overeenkomstige producttoelating
ongeldig. Na onbevoegde wijzigingen mag het apparaat niet meer worden gebruikt.
Beknopte bedieningshandleiding, 09/2024, A5E45779144006-AC
Serie 6 en ULTRAMAT 23