Inbedrijfstelling
Technische parameters
1.4 ACTIVEREN 2E BRON VOOR
WARMWATER
1.4.0 WW externe warmtebron lo-
gica
0
CV + backup warmtepomp: in de
tapwatercycli kunnen de hulpbron-
nen (hulpcontacten in uitgang of
verwarmingselementen) ingescha-
keld worden, zowel in de integra-
tiemodus als samen met de warm-
tepomp als de warmtepomp niet
beschikbaar is.
1
Back-up voor warmtepomp: in de
tapwatercycli kunnen de hulpbron-
nen (hulpcontacten in uitgang of
verwarmingselementen) alleen in-
geschakeld worden als de warmte-
pomp niet beschikbaar is.
1.4.1 Regeling electrische weer-
stand
Definieert het aantal actieve stadia van
de integratieweerstand in de tapwater-
modus.
OPMERKING:
Als dit ingesteld is op 0 en er geen an-
dere hulpbron van energie is, dan is
comfort in SWW niet gegarandeerd.
Als er geen reserve-ener-
a
giebronnen zijn of als de re-
serve-energiebronnen uit-
geschakeld zijn (par. 1.4.1)
wordt de antilegionella-cy-
clus mogelijk niet voltooid.
1.4.2 Vertragingstimer
Benodigde tijd voor het beginnen van
de berekening van integratie tapwater
met de hulpbronnen of verwarmings-
elementen.
1.4.3 Drempelwaarde inschak. Ext.
Bron
Activeringsdrempel van de integratie
tapwater, uitgedrukt in °C* min.
90 / NL
1.4.4 Boiler elektrisch element
Selecteert de werkingslogica van het in-
tegratie-element dat ondergedompeld
is in de boiler voor SWW. Het gebruik
van dit element verhindert het gebruik
van de verwarmingselementen in de
hydraulische module in de tapwater-
modus.
0
Afwezig.
1
Uitgeschakeld: element aanwezig
maar uitgeschakeld
2
Alleen
elektrisch
element:
warmtepomp wordt niet gebruikt
in de tapwatermodus. De boiler
voor SWW wordt alleen verwarmd
door het verwarmingselement.
3
Hulp: warmtepomp en verwar-
mingselement werken samen om
het setpoint voor SWW te bereiken
in de boiler. Als er verzoeken om
koeling/verwarming aanwezig zijn,
worden deze in de prioriteitsmodus
bediend door de warmtepomp, be-
halve onder de temperatuurdrem-
pel die gedefinieerd is door para-
meter 1.4.6.
1.4.6 WW hoge prioriteit temp-
drempel
Definieert de temperatuur van de boiler
voor SWW, onder welk zowel de warm-
tepomp als het verwarmingselement
samen ingeschakeld worden wanneer
par. 1.4.4 Verwarmingselement in boiler
voor SWW ingesteld is op 3 (Auxiliary).
Druk op de keuzeknop
keuzeknop
om het gewenste
menuonderdeel te selecteren.
1.5 ENERGY MANAGER PARAME-
TER 1
1.5.0 Min Systeem druk
Geeft de drukwaarde aan onder welke
de installatie stopt.
1.5.1 Waarschuwing druk
Geeft de drukwaarde aan onder welke
geadviseerd wordt om de installatie bij
te vullen.
de
1.5.3 Buitentemp. voor WP uitscha-
keling
Het systeem sluit de warmtepomp in de
verwarmingsmodus uit als de buiten-
temperatuur lager is dan de ingestelde
waarde.
1.5.4 Temperatuur
warmtepomp
Het systeem sluit de warmtepomp in
de tapwatermodus uit als de buiten-
temperatuur lager is dan de ingestelde
waarde.
1.5.5 Buitenvoeler Correctie
Compensatie van de uitlezing van de
temperatuur van de externe sonde.
1.5.9 Bijvul druk
Aangewezen drukwaarde voor het vul-
len van de installatie.
Druk op de keuzeknop
keuzeknop
menuonderdeel te selecteren.
. Draai de
WW
uitsch.
. Draai de
om het gewenste