Tab.50 Verwarmingsconfiguratie voor een zwembad
Parameter
CP020
CP540
7.5
Inbedrijfstelling afronden
7623793 - v03 - 06102015
Beschrijving
Circuittype
Richtwaarde zwembadwatertemperatuur
Verwarmingsketel configureren die is voorzien van een bedie
ningspaneel zonder ingang TAM
Toelichting
TAM = Kamerthermostaat
1. Stel de volgende installateurparameters af op het bedieningspaneel
van de verwarmingsketel.
Zet de regelaar van de verwarmingsketel op de dagmodus 24u
per dag.
Richttemperatuur verwarming = Richttemperatuur tapwater +5 °C.
Zie
Installatiehandleiding van de verwarmingsketel.
7.4.5 Tweede circuit configureren
Het tweede circuit is geconfigureerd via de parameters op de SCB-04
printkaart.
7.4.6 Zwembadverwarming configureren
1. Open het menu met de parameters van de SBC-04 printkaart.
2. Configureer de volgende parameters:
Toelichting
Voor bijverwarmen wordt dezelfde logica gevolgd als voor verwar
men. Eventueel kan de werking van de bijverwarmingen met de
BL-ingangen worden geblokkeerd.
7.4.7 Functie 'Geschat energieverbruik' configureren
Om de waarden voor het geschatte energieverbruik te kunnen krijgen
moet parameter HP033, worden geconfigureerd, die het impulsgewicht be
paalt al naar gelang de geinstalleerde elektriciteitsmeter.
Het instelbereik van parameter HP033 gaat van 0 (geen meting) tot 10000
Wh. De standaardinstelling voor het impulsgewicht is 1 Wh.
Stel de impulswaarde van parameter HP033 in volgens het type ener
giemeter dat is geïnstalleerd.
1. Schakel de sanitair-warmwatermodus van de warmtepomp uit.
2. Simuleer een warmtevraag om de verwarmingsmodus op te starten.
3. Controleer of de buitenunit en de aangesloten bijverwarmingen op
starten.
4. Controleer het debiet in de installatie in vergelijking met het mini
mum debiet
5. Zet de warmtepomp in de modus uitstand/vorstbeveiliging
6. Ontlucht de cv-installatie na circa 10 minuten.
7. Controleer de hydraulische druk. Indien nodig: vul de cv-installatie
bij met water.
8. Controleer de vervuiling in het filter in de verwarmingsretourleiding.
Indien nodig, reinig het filter.
9. Schakel de verwarmingsmodus en de sanitair-warmwatermodus
weer in.
10. Leg aan de gebruikers uit hoe de installatie werkt.
11. Overhandig alle handleidingen aan de gebruiker.
7 Inbedrijfstelling
In te stellen waarde
3
20°C
85