5 Voor de installatie
Afb.50
Een of meerdere buitenunits installeren
1
60
Installeer de buitenunit altijd hoog genoeg boven de grond zodat het
condenswater goed kan wegstromen.
De breedte van het voetstuk mag niet groter zijn dan die van de buiten
unit. IJsvorming kan leiden tot defecten (koelvloeistoflek).
De hoogte van het onderstel moet hoger zijn dan de hoogte van de
zwaarste sneeuwval. Deze maatregel helpt om de wisselaar te bescher
men tegen sneeuw en om ijsvorming te voorkomen tijdens het ontdooi
en.
Verhoog in gebieden met veel sneeuwval de vrije ruimte tot minstens
200 mm ten opzichte van de gemiddelde dikte van de sneeuwlaag.
Opgelet
Neem, wanneer de buitentemperatuur onder nul komt, de nodi
ge voorzorgsmaatregelen om bevriezing in de afvoerleidingen te
voorkomen.
Vermijd dat condenswater bevriest in op plekken waar doorstro
ming noodzakelijk is.
1. Installeer de buitenunit altijd zo ver mogelijk van een onderdoorgang
omdat de condensaatafvoer kan bevriezen, waardoor een potentieel
gevaar ontstaat (ijspegels, ijzel).
2. Stel buitenunits naast elkaar op en niet bovenop elkaar om te voorko
men dat condenswater op lagere units kan lekken en bevriezen.
5.3.5
Locatie kiezen voor de buitentemperatuursensor
Het is belangrijk een plaats te kiezen waar de sensor de buitensituatie
goed en efficiënt kan meten.
Aanbevolen locaties
Plaats de buitensensor op een locatie die aan de volgende kenmerken
voldoet:
Op een gevel van de te verwarmen ruimte, indien mogelijk op het noor
den.
Halverwege de muur van de te verwarmen ruimte.
Onder invloed van wisselende weersomstandigheden.
Beschermd tegen direct zonlicht.
Gemakkelijk toegankelijk.
2
MW-6000252-1
7623793 - v06 - 22052017