7
8
9
De waarden van de parameters verschijnen in de erboven geplaatste digitale dis-
plays
In beginsel blijven alle met behulp van het instelwiel ingestelde parameterwaar-
den tot de volgende wijziging opgeslagen. Dat geldt ook als de stroombron tus-
sentijds uitgeschakeld en weer ingeschakeld wordt. Voor het weergeven van de
werkelijke lasstroom tijdens het lasproces de parameter Lasstroom kiezen.
Voor de indicatie van de werkelijke lasstroom tijdens de laswerkzaamheid:
-
-
10
11
Risico op lichamelijk letsel en materiële schade door elektrische schok en vrij-
komende draadelektrode.
Bij het indrukken van de brandertoets:
▶
▶
▶
▶
12
Correcties bij de
Om een optimaal lasresultaat te bereiken kan in veel gevallen de parameter Dy-
laswerkzaamhe-
namiek worden ingesteld.
den
1
2
78
Met behulp van het betreffende instelwiel de draadsnelheid instellen
Met de toets Parameterkeuze de lasparameter
Met behulp van het betreffende instelwiel de lasspanning instellen
Met de toets Parameterkeuze de parameter Lasstroom kiezen
De werkelijke lasstroom wordt tijdens het lassen op het digitale scherm ge-
toond.
Gasflesventiel openen
Hoeveelheid beschermgas instellen:
-
Toets Gascontrole aantippen
-
De stelschroef aan de onderkant van de drukverminderaar aandraaien
totdat de manometer de gewenste gashoeveelheid aangeeft
-
Toets Gascontrole opnieuw aantippen
VOORZICHTIG!
de lasbrander van gezicht en lichaam weghouden
een geschikte veiligheidsbril gebruiken
de lasbrander niet op personen richten
erop letten dat de draadelektrode geen elektrisch geleidende of geaarde de-
len raakt (zoals behuizingen enz.)
brandertoets indrukken en met de laswerkzaamheid beginnen
Kies door middel van de toets Parameterkeuze de parameter Dynamiek
Stel de dynamiek met het stelwiel op de gewenste waarde in
De waarde van de parameter verschijnt in het erboven geplaatste digitale
venster.
(Lasspanning) kiezen