11-6. De elektrodehouder positioneren
11-7. Slechte lasnaad karakteristieken
11-8. Goede lasnaad karakteristieken
OM-2240 Pagina 66
°
°
90
90
Eindaanzicht van werkhoek
GROEFLASSEN
°
45
°
45
Eindaanzicht van werkhoek
VULLASSEN
2
2
°
°
10
-30
Zijaanzicht van elektrodehoek
°
°
10
-30
Zijaanzicht van elektrodehoek
1
4
3
1
3
4
5
1
Grote lasspatten
2
Ruwe ongelijke las
3
Kleine krater tijdens het lassen
4
Slechte overlapping
5
Slechte inbranding
5
1
Fijne spatjes
2
Gelijkmatige las
3
Middelmatige krater tijdens het lassen
Leg een nieuwe las of laag voor elke 1/8 inch
(3,2 mm) dikte van het te lassen basismetaal.
4
Geen overlapping
5
Goede inbranding in basis metaal
S-0060
S-0053-A
S-0052-B