SA 07.2 – SA 16.2/SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
AC 01.2 Non-intrusive
Informatie
6.2.2
Het op afstand bedienen van de aandrijving
Afbeelding 23:
Lokale bediening
[1]
Drukknop voor stuursignaal in de richting OPEN
[2]
Drukknop STOP
[3]
Drukknop voor stuursignaal in de richting DICHT
[4]
Drukknop RESET
[5]
Keuzeschakelaar
Hete oppervlakken bijv. door hoge omgevingstemperaturen of intensieve
zonnestralen mogelijk!
Gevaar voor verbranding
Oppervlaktetemperatuur controleren en eventueel veiligheidshandschoenen
dragen.
Keuzeschakelaar [5] in de stand LOCAL CONTROL (LOKAAL) zetten.
De aandrijving kan nu met behulp van de drukknoppen [1 – 3] worden bediend:
-
Aandrijving in de richting OPEN bewegen: Drukknop [1]
-
Aandrijving stoppen: Drukknop [2] STOP indrukken.
-
Aandrijving in de richting DICHT bewegen: Drukknop [3]
De instelopdrachten OPEN – DICHT kunnen in tipbedrijf of met overneemfunctie
worden aangestuurd. Bij de overneemfunctie wordt de aandrijving na het indrukken
van de knop tot in de desbetreffende eindstand gebracht, voor zover hij niet tevoren
een ander stuursignaal ontvangt. Voor meer informatie over dit thema: zie het
handboek (Bedrijf en instelling).
Keuzeschakelaar in de stand REMOTE CONTROL (AFSTAND) plaatsen.
De aandrijving kan nu op afstand, via stuursignalen (instelopdrachten OPEN,
STOP, DICHT) of via analoge nominale waarden (bijv. 0 – 20 mA) worden
aangestuurd.
Bediening
indrukken.
indrukken.
27