Controleer alle onderdelen van de camera als u hem langere tijd niet heeft gebruikt. Maak een
proefopname om te controleren dat de camera naar behoren werkt, voordat u belangrijke foto's
maakt wanneer u bijvoorbeeld op buitenlandse vakantie gaat.
Controleren en reinigen van de beeldsensor
Deze camera beschikt over een stofreductiefunctie om ervoor te zorgen dat er geen stof op de
beeldsensor komt en om stof of vuil van het oppervlak van de beeldsensor te verwijderen met
ultrasone trillingen. De stofreductie werkt als de camera wordt ingeschakeld. De stofreductiefunctie
werkt op hetzelfde moment als pixel mapping, dat de beeldsensor en het beeldbewerkingscircuit
controleert. Omdat de stofreductie elke keer dat de camera aangezet wordt, geactiveerd wordt, moet
de camera rechtop gehouden worden voor een effectieve stofreductie.
Pixel-mapping - Controleren van de
beeldbewerkingsfuncties
Voer een gelijktijdige controle uit van de beeldsensor en de beeldbewerkingsfuncties. Wacht voor
het beste resultaat minstens een minuut nadat het fotograferen en afspelen zijn beëindigd voordat u
pixel-mapping uitvoert.
1.
Selecteer
[Pixel-mapping]
2.
Selecteer [Ja] en druk op de knop OK.
De [Bezig]-balk wordt weergegeven wanneer pixel-mapping actief is. Wanneer de pixel-
mapping klaar is, verschijnt het menu weer.
Als u tijdens het controleren van de beeldbewerkingsfuncties de camera uitschakelt, begint u
opnieuw vanaf stap 1.
(P.436).
514
Reinigen en opbergen van de camera