Een draadloze netwerkverbinding activeren
De machine kan worden aangesloten op uw draadloze
netwerk.
Raadpleeg "Specificaties" op pagina 115 voor de eisen
waaraan een draadloze netwerkverbinding moet voldoen.
a
Tik op
.
Pagina 9 van het instellingenscherm wordt
weergegeven.
b
Stel [Inschakeling draadloos LAN] in op [ON].
De machine wordt voorbereid op draadloze
verbinding.
De wizard gebruiken om de draadloze
netwerkverbinding in te stellen
De draadloze netwerkverbinding kan op verschillende
manieren worden geconfigureerd. We raden de methode aan
die gebruikmaakt van de wizard op deze machine.
a
Als u de machine met een draadloos netwerk wilt
verbinden, hebt u de beveiligingsgegevens (SSID en
netwerksleutel) voor uw thuisnetwerk nodig. De
netwerksleutel kan ook wachtwoord,
beveiligingssleutel of coderingssleutel worden
genoemd. Controleer uw beveiligingsgegevens en
noteer deze in de ruimte hieronder.
SSID
Netwerksleutel (wachtwoord)
Memo
• De draadloze netwerkverbinding kan niet worden
geconfigureerd als u niet beschikt over de
beveiligingsgegevens.
• De beveiligingsgegevens vinden
1 Kijk in de handleiding voor uw thuisnetwerk.
2 De standaard-SSID kan naam van de fabrikant of
de naam van het model zijn.
3 Als u de beveiligingsgegevens niet kunt vinden,
neem dan contact op met de routerfabrikant, uw
netwerkbeheerder of uw internetprovider.
4 Sommige SSID's en netwerksleutels
(wachtwoorden) kunnen hoofdlettergevoelig zijn.
Functies voor draadloze netwerkverbinding
b
Tik op
naast [Installatiewizard voor draadloos
LAN].
Er wordt een lijst met beschikbare SSID's
weergegeven.
c
Selecteer de SSID die u hebt genoteerd bij stap
Het scherm wordt weergegeven waarop u de
netwerksleutel (wachtwoord) kunt opgeven.
Memo
• Wanneer u een volgende of vorige pagina
weergeeft, tikt u op
SSID die u hebt genoteerd.
• Als de gewenste SSID niet wordt vermeld, geeft u
deze als volgt op.
1 Tik op
2 Voer de gewenste SSID in en tik vervolgens op
.
3 Selecteer de verificatiemethode en de
coderingsmodus.
• Als u een eerdere verbinding gebruikt, tikt u op
en selecteert u vervolgens de
opgeslagen SSID.
d
Voer de netwerksleutel (wachtwoord) in die is
genoteerd en tik vervolgens op
1
2
3
4
1 Tekstinvoergebied
2 Tekentoetsen
3 Hoofdlettertoets
4 Spatietoets
5 Toets voor letters/cijfers/symbolen
6 Cursortoetsen (Verplaatsen de cursor naar links of
rechts.)
7 Backspace-toets (Verwijdert het teken waarop de cursor
staat.)
a
.
of
om te zoeken naar de
aan het einde van de SSID-lijst.
.
7
6
5
19
1