4
Correcties bij de
Om een optimaal lasresultaat te bereiken kan in veel gevallen de parameter Dynamiek
laswerkzaamhe-
worden ingesteld.
den
1
2
Functie HotStart
Om een optimaal lasresultaat te bereiken, kan in veel gevallen de functie HotStart wor-
den ingesteld.
Voordelen
-
-
-
De instelling van de beschikbare parameter wordt beschreven in het deel "Setup-instel-
lingen", "Setup-menu - niveau 2".
300
200
In beginsel blijven alle met behulp van het instelwiel ingestelde parameterwaarden
tot de volgende wijziging opgeslagen. Dat geldt ook als de stroombron tussentijds
uitgeschakeld en weer ingeschakeld wordt.
Met lassen beginnen
Voor de indicatie van de werkelijke lasstroom tijdens de laswerkzaamheid:
-
Met de toets Parameterkeuze de parameter Lasstroom kiezen
-
De werkelijke lasstroom wordt tijdens het lassen op het digitale scherm
getoond.
Kies door middel van de toets Parameterkeuze de parameter Dynamiek
Stel de dynamiek met het stelwiel op de gewenste waarde in
De waarde van de parameter verschijnt in het erboven geplaatste digitale venster.
Verbetering van de ontstekingseigenschappen, ook bij elektroden met slechte ont-
stekingseigenschappen
Beter opsmelten van het grondmateriaal in de startfase, daardoor minder koude
plekken
Vergaande vermijding van slakinsluitingen
I (A)
Hti
HCU > I
HCU
I
H
0,5
1
Legenda
Hti
Hot-current time = Hotstroom-tijd,
0 - 2 s,
fabrieksinstelling 0,5 s
H
HCU
HotStart-current = HotStart-stroom,
100 - 200 %,
fabrieksinstelling 150 %
I
Hoofdstroom = ingestelde las-
H
stroom
t (s)
Werkingswijze
1,5
Tijdens de ingestelde Hotstroom-tijd (Hti)
wordt de lasstroom naar een bepaalde
waarde verhoogd. Deze waarde (HCU) is
hoger dan de ingestelde lasstroom (I
).
H
75