3.8 WP300 zelfdiagnostische testresultaten en probleemoplossing
Als een van de zelfdiagnosetests faalt of foutmeldingen meldt,
zie dan de uitgebreide en geïllustreerde richtlijnen voor een gedetailleerde beschrijving
3.9 De draagkoffer inpakken
De volgende items moeten in de draagkoffer worden geplaatst, in de desbetreffende
compartimenten (zie Figuur 1 - Verpakt apparaat):
• Het WatchPAT™-apparaat dat met de uPAT-probe in de polsband is gemonteerd.
• Stapsgewijze referentiegids voor het WatchPAT™-apparaat.
• lichaamshouding- en snurksensor (optioneel)
• Kabel voor armband (optioneel voor identificatie van de patiënt)
• Alleen voor meerdere nachten: extra uPAT-sensors en batterijen.
Het demonstreren van het gebruik van het WatchPAT™-apparaat aan de
patiënt (en indien nodig de begeleider) is belangrijk voor het verkrijgen
van betrouwbare opnames en het verbeteren van het vertrouwen van de
patiënt.
WatchPAT™300-systeem
Opmerking
21
Gebruikshandleiding