›
Zodra op het display het symbool
gegeven en een akoestisch signaal klinkt, stoppen.
Het stuurwiel wordt overeenkomstig gedraaid. Het
symbool
gaat uit.
›
Overeenkomstig de pijl op het display achteruit- of
vooruitrijden.
Zodra de inparkeermanoeuvre is voltooid, wordt de
betreffende melding weergegeven en klinkt een
akoestisch signaal.
De inparkeermanoeuvre kan op elk moment worden
onderbroken door op de toets
Wanneer gedeeltelijk vooruit wordt ingeparkeerd
in een geschikte parkeerruimte dwars op de rijbaan,
op de toets
drukken. De inparkeermanoeuvre
wordt door het systeem voltooid.
Uit een fileparkeerruimte uitparkeren
›
De toets
indrukken.
Bij ingeschakeld systeem brandt in de toets het
symbool
.
›
De aanwijzingen op het beeldscherm opvolgen.
Automatische snelheidsverlaging
Als een snelheid van 7 km/h wordt overschreden tij-
dens het inparkeren, verlaagt het systeem de snel-
heid.
Bij de tweede snelheidsoverschrijding van 7 km/h
wordt de inparkeermanoeuvre beëindigd.
Functiebeperking
Als de parkeerruimte te klein is, kan er niet met hulp
van het systeem worden uitgeparkeerd. Op het dis-
play in het instrumentenpaneel verschijnt een betref-
fende melding.
Probleemoplossing
Melding systeem niet beschikbaar
›
De motor afzetten en weer starten.
›
Is het systeem dan nog steeds niet beschikbaar, de
hulp van een specialist inroepen.
Onjuiste eindpositie van de wagen in de parkeer-
ruimte
De correcte inparkeerprocedure is afhankelijk van de
omtrek van de wielen. Indien andere dan door ŠKO-
DA AUTO goedgekeurde wielen worden gemon-
teerd, het systeem door een specialist opnieuw laten
instellen.
Motor, uitlaatsysteem en brandstof ›
Motor, uitlaatsysteem en brandstof
wordt weer-
Motorkap
Motorkap openen
Voor het openen
›
Controleren of de ruitenwisserarmen op de voor-
ruit liggen.
›
Alle personen weghouden bij de motorruimte.
Openen
te drukken.
Sluiten
›
De kap optillen.
›
De motorkapsteun losmaken en in de houder aan-
brengen.
›
De kap omlaag klappen en vanaf een hoogte van
ca. 30 cm laten vallen.
›
Controleren of de kap goed gesloten is.
LET OP
Een niet gesloten kap niet nadrukken.
▶
Motorkap
137
›
Aan de ontgrendelings-
hendel onder het dash-
board trekken .
›
De vergrendeling los-
maken.
›
De kap openen.
›
De motorkapsteun uit
de houder nemen en
het uiteinde van de
steun in de opening in
de kap aanbrengen.