Fax instellen
Het apparaat beschikt over diverse opties voor het instellen van het
faxsysteem. U kunt de standaardinstellingen naar wens aanpassen.
1. Druk op Machine Setup op het bedieningspaneel.
2. Druk op Beheerinstelling. Wanneer het aanmeldingsbericht verschijnt,
voert u het wachtwoord in en drukt u op OK.
3. Druk op het tabblad Instelling > Fax instellen.
De faxopties verschillen per land afhankelijk van de internationale
voorschriften voor communicatieapparatuur. Als bepaalde
faxopties die hier worden beschreven niet beschikbaar zijn of grijs
worden weergegeven op het scherm, worden de desbetreffende
functies niet ondersteund in uw communicatieomgeving.
OPTIE
Apparaat-id &
Voer de apparaat-ID en het faxnummer in die
worden afgedrukt boven aan elke pagina.
faxnummer
Startcode voor
Deze functie werkt het beste wanneer u een
telefoontoestel gebruikt dat aangesloten is op de
ontvangst
EXT-uitgang aan de achterkant van het apparaat.
U kunt een fax ontvangen van iemand met wie u in
gesprek bent op het telefoontoestel zonder dat
u naar het faxapparaat hoeft te gaan. (Zie
"Handmatig faxen ontvangen via een intern
telefoontoestel" op pagina 60.)
Foutcorrectiemodus
In deze modus wordt de slechte kwaliteit van een
telefoonlijn gecompenseerd en kunnen uw
faxberichten probleemloos worden verzonden naar
andere faxapparaten die zijn voorzien van de ECM.
Een fax versturen met ECM kan langer duren.
Initiële
U kunt Ontvangstmodus instellen voor Telefoon,
Fax of Antwoordapparaat/Fax en Kiesmodus op
faxinstellingen
Puls (pulskiezen) of Toon (multifrequentie).
Als u Antwoordapparaat/Fax selecteert, kunt u
een fax ontvangen terwijl de lijn wordt gebruikt
door het antwoordapparaat. (Zie "De
ontvangstmodus wijzigen" op pagina 59.)
Neem voor informatie over de instelling Kiesmodus
contact op met uw telefoonmaatschappij.
Aantal keer
U kunt opgeven hoe vaak het apparaat moet
overgaan voordat een inkomende oproep wordt
overgaan
beantwoord.
Ontvangstheader
Met deze optie kunt u automatisch het
paginanummer en de ontvangstdatum en -tijd van
een fax afdrukken onder aan elke pagina.
OMSCHRIJVING
OPTIE
Veilig ontvangen
Mogelijk wilt u niet dat faxberichten die tijdens uw
afwezigheid binnenkomen door anderen worden
bekeken. Met deze functie kunt u voorkomen dat
ontvangen faxberichten worden afgedrukt
wanneer het apparaat onbeheerd is. Als u deze
optie instelt op Aan, worden alle inkomende
faxberichten opgeslagen in het geheugen.
Vervolgens moet u een viercijferig Wachtw.
invoeren om ontvangen faxberichten af te drukken
uit het geheugen. (Zie "Ontvangen in veilige
ontvangstmodus" op pagina 60.)
Ontvangen fax
Als er een fax binnenkomt met pagina's die langer
zijn dan het papier in de papierlade, kan het
afdrukken
document worden verkleind zodat het kan worden
afgedrukt op het papier in de lade. Als deze functie
ingesteld is op Uit, kan het origineel niet worden
verkleind tot het papierformaat. Het origineel
wordt opgedeeld en wordt in oorspronkelijk
formaat op twee of meer pagina's afgedrukt.
Als u deze optie instelt op Aan en u stelt het
verwijderbare gebied in op 10 mm, worden de
gegevens in het opgegeven gebied verwijderd
wanneer er een fax binnenkomt met een groter
papierformaat dan het papier in de lade.
Opnieuw kiezen
Als de lijn van de fax op afstand bezet is, kan het
faxnummer automatisch opnieuw worden gekozen.
U kunt het aantal kiespogingen en de tijd tussen
de kiespogingen opgeven. Als u 0 opgeeft voor
Aantal kiespogingen, wordt deze functie niet
gebruikt.
Luidsprekervolume
Hiermee stelt u het geluid in dat wordt weergegeven
wanneer de gegevensoverdracht voor een fax
wordt gestart. Als u deze optie instelt op Aan,
wordt er een geluid weergegeven vanaf het begin
van de overdracht totdat de faxoverdracht is
voltooid. Als u deze optie instelt op Comm., wordt
er een geluid weergegeven totdat de communicatie
is geslaagd. Als u deze optie instelt op Uit, wordt
er geen geluid weergegeven.
Kengetal kiezen
Met deze functie kunt u een prefix van maximaal
vijf cijfers instellen. Dit nummer wordt vervolgens
altijd gekozen voorafgaand aan een automatisch
gekozen nummer. De gebruiker kan dit instellen
voor het kiezen van een PABX-nummer
(bijvoorbeeld
(bijvoorbeeld 02).
Instelling
Als deze functie is ingeschakeld, worden
faxberichten geweigerd die afkomstig zijn van een
ongewenste faxen
extern nummer dat in het geheugen is opgeslagen
onder de ongewenste faxnummers. U kunt
maximaal tien ongewenste faxnummers invoeren.
Druk op Instelling ongewenste faxen en
Bewerken, en voer vervolgens het faxnummer in.
Als u Nummerweergave hebt ingesteld, kunt u door
de faxnummers van de laatst ontvangen faxen
bladeren en een faxnummer in de lijst selecteren.
Belvolume
Met deze functie past u het belvolume aan. Als u
Uit selecteert, wordt er geen beltoon
weergegeven.
De status van het apparaat en geavanceerde instellingen_ 81
OMSCHRIJVING
a
9) of een netnummer