9.3
Veranderbare veerkracht
De veerkracht kan door het vervangen van de veereenheden (3; afb. 18)
worden veranderd. Plaats afhankelijk van benodigde veerkracht de
juiste veereenheid in het veerkanaal. Er zijn vijf veereenheden waarvan
de veerkracht zich uitstrekt van normaal tot extra sterk (afb. 21). Denk
eraan dat de veereenheid de maximaal mogelijke bewegingsvrijheid
vastlegt.
9.4
Aflezen van de gewrichtshoeken
Op alle systeemgewrichten en systeemvoetbeugels bevinden zich markeringen (afb. 23) die de hoek van de
systeemcomponenten onderling aangeven. Zo kunt u de individuele uitgangspositie (de basisopbouw van
de orthese) controleren, de aangegeven gewrichtshoek documenteren en latere afwijkingen vergelijken. De
gewrichtshoek in de individuele uitgangspositie mag niet buiten de
graadmarkeringen liggen.
De afstanden van de graadmarkeringen voor de afzonderlijke
systeembreedtes vindt u in de volgende tabel.
Graadmarkering
Systeembreedte
Graad
10. Aanwijzingen voor de vervaardiging van de orthese
10.1 Verbinding met systeemspalk/
systeemanker
De systeemspalk/het systeemanker moet overeenkom-
stig de in de planning voorziene arbeidstechniek mid-
dels vastlijmen of vastschroeven en omwikkelen met
het systeemgewricht worden verbonden (afb. 24-26).
Meer informatie vindt u in de Gebruiksaanwijzing
voor orthopedische technici of gekwalificeerde/
opgeleide experts Systeemspalken en systeemankers
(zie QR-code, afb. 27).
10.2 De orthesedelen bewerken
Nadat u de orthesedelen hebt getemperd, bewerkt u de laminaatranden. Let er daarbij op
dat u niet de zijvlakken van het bovenste deel van het gewricht bewerkt. Daardoor kan de
passing tussen bovenste deel van het gewricht en dekplaat worden beschadigd, wat tot
mechanische geluiden en tot breuk van de spieën met stift kan leiden.
Informatie over de arbeidstechnieken vindt u op de website van FIOR & GENTZ in het gedeelte "Online Tutorials".
14
10 mm
12 mm
14 mm
5°
5°
2°
16 mm
20 mm
2°
2°
Afb. 24
2°
4°
6°
8°
10°
Afb. 25
Afb. 22
Afb. 23
Afb. 26
Afb. 27