3
Pas de privacyinstelling aan.
●
Wanneer dit scherm wordt weergegeven,
drukt u op de knoppen [ ][ ] of draait
u aan de knop [ ] om [Ja] te selecteren.
Druk vervolgens op de knop [ ].
●
U kunt de smartphone nu gebruiken om
op afstand Live View-opnamen te maken
van livebeelden, om door beelden op de
camera te bladeren of om beelden over
te dragen.
4
Verzend een beeld.
●
Druk op de knoppen [ ][ ][ ][ ] om
[Dit beeld verz.] te selecteren en druk
vervolgens op de knop [ ].
●
Nadat het beeld is verzonden, wordt
[Transfer gereed] weergegeven en
wordt het scherm voor beeldoverdracht
opnieuw weergegeven.
●
Om de verbinding te beëindigen, drukt
u op de knop [
]. Selecteer in het
bevestigingsscherm [OK] (druk op de
knoppen [ ][ ] of draai aan de knop [ ])
en druk daarna op de knop [ ]. U kunt
ook de smartphone gebruiken om de
verbinding te verbreken.
●
Houd rekening met het volgende als u NFC gebruikt.
-
Voorkom dat u de camera en de smartphone hard tegen elkaar
slaat. Dit kan de apparaten beschadigen.
-
Afhankelijk van de smartphone kan het voorkomen dat de
apparaten elkaar niet meteen herkennen. Probeer in dat geval de
apparaten in iets andere posities tegen elkaar te houden. Als er
geen verbinding tot stand wordt gebracht, houdt u de apparaten
tegen elkaar totdat het camerascherm wordt bijgewerkt.
-
Als u probeert verbinding te maken als de camera is
uitgeschakeld, wordt mogelijk op de smartphone een bericht
weergegeven om u eraan te herinneren dat u de camera moet
inschakelen. Als dat gebeurt, zet u de camera aan en tikt
u nogmaals op de apparaten.
-
Plaats geen andere voorwerpen tussen de camera en
smartphone. Houd er ook rekening mee dat camera- of
smartphonehoezen of gelijksoortige accessoires de
communicatie kunnen blokkeren.
●
Alle beelden op de camera kunnen worden bekeken op de
verbonden smartphone wanneer u [Ja] kiest in stap 3. Als u de
camerabeelden privé wilt houden, zodat ze niet kunnen worden
bekeken op de smartphone, kiest u [Nee] bij stap 3.
●
Zodra u een smartphone hebt geregistreerd, kunt u de
bijbehorende privacyinstelling op de camera aanpassen ( = 139).
●
Om verbinding te kunnen maken moet er een geheugenkaart in
de camera zitten.
●
U kunt de bijnaam van de camera ook wijzigen op het scherm in
stap 2 ( = 140).
●
U kunt ook meerdere beelden in een keer verzenden en de
beeldresolutie wijzigen voordat u verzendt ( = 132).
Om NFC-verbindingen uit te schakelen, kiest u MENU ( = 29) >
●
tabblad [
] > [Inst. draadloze communicatie] >
[Instellingen Wi-Fi] > [NFC] > [Uit].
Vóór gebruik
Basishandleiding
Handleiding voor gevorderden
Basishandelingen van
de camera
Auto-modus/modus Hybride
automatisch
Andere opnamestanden
P-modus
Tv-, Av- en M-modus
Afspeelmodus
Draadloze functies
Menu Instellingen
Accessoires
Bijlage
Index
116