3
Bereid het koppelen voor.
●
Kies [Bluetooth-instellingen], druk op de
knoppen [ ][ ] of draai aan de knop [ ]
om [Pairing] te selecteren. Druk vervolgens
op de knop [ ].
●
Er verschijnt een scherm dat aangeeft dat
de camera wacht op een verbinding.
4
Start Camera Connect.
●
Activeer Bluetooth op de smartphone en
open vervolgens Camera Connect op de
smartphone.
●
Nadat de camera is herkend, verschijnt
een cameraselectiescherm.
5
Selecteer de camera om verbinding
mee te maken.
●
Kies de bijnaam van de camera.
●
Voltooi het koppelingsproces voor de
smartphone.
6
Voltooi het koppelen.
●
Druk op de knoppen [ ][ ] of draai aan
de knop [ ] om [OK] te selecteren nadat
het bevestigingsbericht op de camera
wordt weergegeven. Druk vervolgens
op de knop [ ].
●
Druk op de knop [ ] wanneer het scherm
links wordt weergegeven.
7
Draag de beelden over.
●
De camera schakelt automatisch over
naar Wi-Fi indien u [Images on camera/
Beelden op camera] selecteert in Camera
Connect.
●
Op een iPhone of iPad kiest u in het
menu met Wi-Fi-instellingen van het
apparaat de SSID (netwerknaam) die
op de camera wordt weergegeven om
de verbinding tot stand te brengen.
●
Gebruik de smartphone om beelden
over te dragen van de camera naar
de smartphone.
●
Om over te schakelen naar Bluetooth,
schakelt u de Wi-Fi-verbinding op de
smartphone uit.
●
De levensduur van de batterij kan afnemen wanneer u de camera
gebruikt na deze te koppelen, omdat ook wanneer de camera is
uitgeschakeld stroom wordt verbruikt.
●
Stel voordat u de camera meeneemt naar plaatsen waar het
gebruik van elektronische apparaten beperkt is, de optie [Bluetooth]
in op [Uit]. Zo voorkomt u dat de camera voorbereid is op
Bluetooth-communicatie, ondanks dat de camera is uitgeschakeld.
Vóór gebruik
Basishandleiding
Handleiding voor gevorderden
Basishandelingen van
de camera
Auto-modus/modus Hybride
automatisch
Andere opnamestanden
P-modus
Tv-, Av- en M-modus
Afspeelmodus
Draadloze functies
Menu Instellingen
Accessoires
Bijlage
Index
114