CONTROLEER DE ZWART/WITTE RICHTINGSPIJLEN OP HET CHASSIS EN HET PLAT-
FORMBEDIENINGSSTATION VOORDAT U GAAT RIJDEN. VERPLAATS DE RIJREGELAARS
IN DE RICHTING DIE OVEREENKOMT MET DE RICHTINGPIJLEN.
ACHTERUIT
VOORUIT
Vooruit en achteruit rijden
1. Trek de noodstopschakelaar op het platformbedieningssta-
tion uit, start de motor en activeer de voetschakelaar.
2. Plaats de rijregelaar naar wens op vooruit of achteruit.
Deze machine is uitgerust met een rijrichtingsindicator. Het gele
lichtje op de platformbedieningsconsole geeft aan dat de giek
voorbij de achterbanden is gezwenkt en dat de machine in de
tegenovergestelde richting van de beweging van de bedienings-
elementen kan rijden/sturen. Als de indicator brandt, moet de rij-
functie als volgt worden bediend:
3122349
1. Stem de zwarte en witte richtingpijlen op het platformbe-
dieningspaneel en het chassis op elkaar af om de rijrichting
van de machine te bepalen.
2. Druk op de schakelaar Opheffen rijrichting en laat deze los.
Beweeg binnen 3 seconden de rijbedieningshendel lang-
zaam in de richting van de pijl die de gewenste rijrichting
aangeeft. Het indicatorlichtje knippert 3 seconden lang tot-
dat de rijfunctie gekozen is.
– JLG Hoogwerker –
HOOFDSTUK 4 – MACHINEBEDIENING
4-9