Rijden met uw auto
Noodremmen
Als er tijdens het rijden een probleem
optreedt met het rempedaal, kan er een
noodstop worden gemaakt door de EPB-
schakelaar omhoog te trekken en vast
te houden. Remmen is alleen mogelijk
als u de EPB-schakelaar vasthoudt.
De remafstand zal echter langer dan
normaal zijn.
WAARSCHUWING
Om de kans op ERNSTIG of DODELIJK
LETSEL te beperken mag de EPB niet
tijdens het rijden worden bediend,
behalve in een noodsituatie. Dit kan
het remsysteem beschadigen en tot
ongelukken leiden.
Informatie
Tijdens het remmen in noodsituaties
gaat het waarschuwingslampje van de
parkeerrem branden om aan te geven dat
het systeem in werking is.
OPMERKING
Als u continu bijgeluiden hoort of
een brandgeur ruikt nadat u de EPB
hebt gebruikt voor het remmen in
een noodsituatie, raden wij u aan het
systeem te laten controleren door een
officiële HYUNDAI-dealer.
6-24
Parkeerrem ontgrendelen
Deactiveren van de EPB (Elektronische
parkeerrem):
1. Druk op de Engine Start/Stop knop
voor de ON of START stand.
2. Druk op de EPB schakelaar terwijl u
het rempedaal indrukt.
Zorg ervoor dat het
waarschuwingslampje van de
parkeerrem dooft.
Automatisch deactiveren van de EPB
(Elektronische parkeerrem):
Controleer de volgende
omstandigheden
1. Controleer of alle inzittenden de
veiligheidsgordel dragen en of de
portieren, motorkap en bagageruimte
gesloten zijn.
2. Trap, met de auto in de stand-by
(
) modus, het rempedaal in en
schakel vanuit stand P (Parkeren)
naar R (Achteruit), D (Rijden) of de
handmatige schakelmodus.
3. Trap het gaspedaal in.
Controleer of het waarschuwingslampje
voor het remsysteem uitgaat.
ONX4E060026