3.5 Werken met een binoculaire tubus
De Y-tubus maakt het mogelijk, de zoomsystemen
te gebruiken met de binoculaire tubi en trinocu-
laire video-/fototubi van de Leica M-stereo-
microscoopserie.
Raadpleeg a.u.b. de gebruiksaanwijzing
M1-105-0, om de individuele instellingen voor b.v.
oogafstand, kijkhoek, oogschelpen, ooglenzen,
pupilpositie enz. uit te voeren.
3.5.1 Dioptrieën regelen
De observeerder kan zijn eventuele gezichtsstoor-
nis bij beide oculairs compenseren. Hiervoor zijn
de oculairs uitgerust met verstelbare ooglenzen,
die met kartelringen bediend kunnen worden. De
dioptriewaarden kunnen van +5 tot –5 afgelezen
worden. Elke observeerder hoeft zijn persoonlijke
dioptriewaarden slechts 1× te bepalen.
De correcte instelling is noodzakelijk, zodat het
scherp stellen bij het zoomen constant blijft (par-
focaal). Bij een correcte instelling hoeft u bij het
zoomen niet meer opnieuw te focaliseren.
36
Werkwijze
Zoomsysteem op de werkafstand (13.5) van het
gebruikte objectief instellen (zie tabel pag.49).
Oogafstand instellen (13.1).
Irisdiafragma (13.6) helemaal openen OPEN.
Ooglenzen (13.2) op 0 zetten.
Hoogste zoompositie (13.7) instellen.
Vlak testobject met scherpe contouren belich-
ten met doorvallend licht of opvallend licht en
scherp stellen met focalisatie-instelwiel (13.8).
Ooglenzen (13.2) in richting + tot aanslag
draaien, zonder in de oculairs te kijken.
Laagste zoompositie (13.7) instellen.
Achtereenvolgens de scherpte voor elk oog
afzonderlijk instellen door draaien aan de
ooglenzen (13.2):
bekijk b.v. het object eerst met het linkeroog,
terwijl u het rechteroog sluit. Draai de ooglens
(13.2) langzaam in richting –, tot het geopende
oog het testobject scherp ziet.
Sluit nu het linkeroog en stel de ooglens (13.2)
voor het rechteroog in.
Hoogste zoompositie (13.7) instellen.
Focaliseer, indien nodig, met het focalisatie-
instelwiel (13.8) nog fijn bij.
Laagste zoompositie (13.7) instellen.
Scherpte en parfocaliteit controleren: lang-
zaam tot de hoogste zoompositie zoomen (13.7).
De scherpte moet nu bij elke vergroting
constant blijven, zonder dat met het focalisatie-
instelwiel opnieuw gefocaliseerd hoeft te worden.
Herhaal anders a.u.b. de beschreven werkwijze.
Leica Z6 APO & Z16 APO – Bediening