12.
Gebruik van de Wi-Fi-functie
[Wi-Fi setup] Menu
Configureer de instellingen die nodig zijn voor de Wi-Fi-functie.
De instellingen kunnen niet veranderd worden als er een Wi-Fi-verbinding is.
Selecteer het menu.
>
[Set-up] > [Wi-Fi] > [Wi-Fi setup] > Gewenst item dat ingesteld
MENU
moet worden
[Toestelnaam]
[NFC-bediening]
[Touch sharing]
U kunt de naam van dit toestel veranderen.
1
Druk op [DISP].
2
De gewenste inrichtingsnaam invoeren.
•
Voor details over hoe karakters in te voeren, raadpleeg
"
Invoeren
sectie op P54.
•
Er kunnen maximaal 32 tekens ingevoerd worden.
Configureert de instellingen van de NFC-functie.
[ON]:
De NFC-functie werkt.
[OFF]
Stelt de werking van de camera in nadat de verbinding met de
NFC-functie volledig tot stand gekomen is.
[ON]:
Als een Wi-Fi-verbinding tot stand gebracht wordt met de
NFC-functie, tijdens het afspelen van een enkel beeld, kan dit
beeld overgezet worden.
[OFF]
272
"
Tekst