10
Waardevolle aanwijzingen voor het strooien
Normaal strooien in, dan wel vanuit, het kopakkerrijpad
Let op het volgende bij het verdere strooien in het veld na het strooien in de wen-
dakkerrijstrook:
grensstrooi-inrichting TELIMAT uit de strooizone naar buiten zwenken.
Afb. 10.4: Normaal strooien
[A] Einde van de strooiwaaier bij het strooien in het kopakkerrijpad
[E] Einde van de strooiwaaier bij het strooien op het veld
[T] Kopakkerrijpad
[X] Werkbreedte
De doseerschuiven dienen bij de heen- en terugritten op verschillende afstanden
van de veldgrens van de kopakker gesloten dan wel geopend te worden.
Heenrit uit het kopakkerrijpad
Doseerschuiven openen, wanneer aan de volgende voorwaarde is voldaan:
-
De trekker bevindt zich dan naargelang de strooibreedte van de meststof op ver-
schillende afstanden in het veld.
Terugrit in het kopakkerrijpad
Doseerschuiven zo laat mogelijk sluiten.
-
-
Alternatief kan via de wendakkerrijstrook uitgereden worden of een
2e wendakkerrijstrook aangelegd worden.
Bij inachtneming van deze instructies garandeert u een milieuvriendelijke en kos-
tenbewuste werkwijze.
98
Het einde van de strooiwaaier op het veld [E] ligt ongeveer een halve
werkbreedte + 4 tot 8 m tegen de veldgrens van de kopakker.
Idealiter ligt het einde van de strooiwaaier op het veld [A] ca. 4 tot 8 m
verder dan de werkbreedte [X] van de wendakker.
Dit kan naargelang de strooibreedte van de meststof en werkbreedte niet
steeds bereikt worden.