Download Inhoudsopgave Inhoud Print deze pagina

Rauch MDS 8.2 Gebruiksaanwijzing pagina 104

Verberg thumbnails Zie ook voor MDS 8.2:
Inhoudsopgave

Advertenties

10
Waardevolle aanwijzingen voor het strooien
Normaal strooien in, dan wel vanuit, het kopakkerrijpad
Let op het volgende bij het verdere strooien in het veld na het strooien in de wen-
dakkerrijstrook:
grensstrooi-inrichting TELIMAT uit de strooizone naar buiten zwenken.
Afb. 10.4: Normaal strooien
[A] Einde van de strooiwaaier bij het strooien in het kopakkerrijpad
[E] Einde van de strooiwaaier bij het strooien op het veld
[T] Kopakkerrijpad
[X] Werkbreedte
De doseerschuiven dienen bij de heen- en terugritten op verschillende afstanden
van de veldgrens van de kopakker gesloten dan wel geopend te worden.
Heenrit uit het kopakkerrijpad
Doseerschuiven openen, wanneer aan de volgende voorwaarde is voldaan:
-
De trekker bevindt zich dan naargelang de strooibreedte van de meststof op ver-
schillende afstanden in het veld.
Terugrit in het kopakkerrijpad
Doseerschuiven zo laat mogelijk sluiten.
-
-
Alternatief kan via de wendakkerrijstrook uitgereden worden of een
2e wendakkerrijstrook aangelegd worden.
Bij inachtneming van deze instructies garandeert u een milieuvriendelijke en kos-
tenbewuste werkwijze.
98
Het einde van de strooiwaaier op het veld [E] ligt ongeveer een halve
werkbreedte + 4 tot 8 m tegen de veldgrens van de kopakker.
Idealiter ligt het einde van de strooiwaaier op het veld [A] ca. 4 tot 8 m
verder dan de werkbreedte [X] van de wendakker.
Dit kan naargelang de strooibreedte van de meststof en werkbreedte niet
steeds bereikt worden.

Advertenties

Inhoudsopgave
loading

Deze handleiding is ook geschikt voor:

Mds 14.2Mds 18.2Mds 20.2

Inhoudsopgave