Overige instellingen -
sensoradres
Uitgebreide instellingen -
data verzenden
Info
VEGAMET 391 • 4 ... 20 mA/HART
6 In bedrijf nemen met de geïntegreerde aanwijs- en bedieningseenheid
keer opbouwen van de verbinding niet opnieuw te worden ingevoerd.
Elk instrument is af fabriek van een individuele instrumentcode
voorzien, bestaande uit 20 hoofdletters. Deze code kan direct op het
display van het instrument in het menu " Info" worden afgelezen.
Bij iedere 4... 20 mA/HART-sensor kan de meetwaarde-overdracht via
het analoge stroomsignaal en/of het digitale HART-signaal plaatsvin-
den. Dit wordt via de HART-bedrijfsstand resp. via het adres geregeld.
Wanneer een HART-sensor is ingesteld op het adres 0, dan bevindt
deze zich in de standaard bedrijfsstand. Hier volgt de meetwaar-
de-overdracht tegelijkertijd via de 4 ... 20 mA-kabel en digitaal.
In de bedrijfsstand HART-Multidrop wordt aan de sensor een adres
1...15 toegekend. Hierbij wordt de stroom vast op 4 mA begrensd en
de meetwaarde-overdracht verloopt uitsluitend digitaal.
Via het menupunt " Sensoradres" kan het adres van de aangesloten
sensor worden veranderd. Voer hiervoor het huidige adres van de
sensor in (fabrieksinstelling 0) en in het venster daarna het nieuwe
adres.
Bij instrumentuitvoeringen met geïntegreerde RS232-/Ethernet-inter-
face kan een handmatige dataverzending naar een VEGA Inventory
System worden gestart, bijv. voor testdoeleinden. Voorwaarde is dat
eerder een overeenkomstige event via PACTware/DTM is geconfigu-
reerd.
In het menupunt " Info" staat de volgende informatie ter beschikking:
•
Instrumenttype en serienummer
•
Soft- en Hardwareversie
•
Kalibratiedatum en datum van de laatste verandering via PC
•
Specificaties VEGAMET 391
•
MAC-adres (bij interface-optie Ethernet)
•
Instrumentcode (PSK) voor DTM-toegang op afstand (bij interfa-
ce-optie Ethernet/RS232)
29