afstand tussen handvat en
remhendel.
Veervoorspanning
Instelling
De veervoorspanning van het
achterwiel moet aan de belading
van de motorfiets worden aan-
gepast. Een verhoging van de
belading vereist een verhoging
van de veervoorspanning, minder
gewicht een overeenkomstig la-
gere veervoorspanning.
Veervoorspanning
achterwiel instellen
Voorwaarde
Voor het afstellen van de veer-
voorspanning zijn 2 haaksleutels
nodig. Deze maken geen deel uit
van het boordgereedschap, maar
zijn wel onderdeel van de leve-
ringsomvang van het voertuig.
De motorfiets neerzetten en
erop letten dat de ondergrond
vlak en stevig is.
Voor het losdraaien van het
contra-element afstelring 1 met
de haaksleutel in richting B
draaien. Afstelring 2 daarbij
met de tweede haaksleutel
vastzetten.
Om de veervoorspanning te
verhogen afstelring 2 met
de haaksleutel in richting A
draaien.
Om de veervoorspanning te
verlagen afstelring 1 met
de haaksleutel in richting B
draaien.
Voor het vastdraaien van het
contra-element afstelring 1 met
de haaksleutel in richting A
aantrekken. Afstelring 2 daar-
bij met de tweede haaksleutel
vastzetten.
Demping aan de gewijzigde
veervoorspanning aanpassen.
Demping achterwiel instellen
(
64).
Demping
Instelling
De demping moet aan de veer-
voorspanning en de veervoor-
spanning worden aangepast.
Een oneffen wegdek vereist
een soepelere demping dan
een effen wegdek.
Een verhoging van de veer-
voorspanning vereist een stug-
gere demping, een verlaging
5
63
z