Download Inhoudsopgave Inhoud Print deze pagina

Het Geluid Wijzigen Met De Superknop; Mixen - Yamaha MONTAGE 6 Gebruikershandleiding

Verberg thumbnails Zie ook voor MONTAGE 6:
Inhoudsopgave

Advertenties

Beknopte handleiding — Het keyboard bespelen

Het geluid wijzigen met de Superknop

Met de Superknop kunt u alle parameterwaarden van de
functies die zijn toegewezen aan knop 1 – 8 tegelijk regelen.
U kunt complexe geluiden creëren door de Superknop
samen met de Motion Sequencer te gebruiken.
De Superknop is altijd beschikbaar voor gebruik. U hoeft niet
op de knopfunctieknop of de knop Assign te drukken om de
Superknop te kunnen gebruiken.
In deze sectie wordt de procedure besproken voor het
controleren van de parameterwaarden die worden gewijzigd
door het gebruik van de Superknop.
1
Druk op de knop PART [COMMON].
De knop gaat branden, waarmee wordt aangegeven dat
u gemeenschappelijke instellingen voor alle partijen kunt
aanbrengen.
2
Druk op de knoptoewijzingsknop [ASSIGN]
om de knop aan te laten gaan.
De functies die momenteel zijn toegewezen aan knop
1 – 8 en de parameterwaarden worden weergegeven.
3
Draai aan de Superknop tijdens het bespelen
van het keyboard.
Alle relevante parameterwaarden veranderen tegelijk en
alle toegewezen functies worden toegepast op het geluid.
OPMERKING
Raadpleeg het PDF-document Naslaggids voor meer informatie
over de knoptoewijzing en de Superknopinstelling.
De Superknop bedienen met een voetregelaar
U kunt de Superknop bedienen met een voetregelaar
(FC7).
1
Sluit de voetregelaar (FC7) aan op de
FOOT CONTROLLER [1]/[2]-aansluiting.
2
Verplaats de cursor naar de naam van de
performance in de display Performance
Play en druk vervolgens op de knop [EDIT].
3
Tik op de tab [Control] aan de linkerkant
van het scherm
4
Stel 'Foot Ctrl 1' of 'Foot Ctrl 2' in op
'Super Knob' – afhankelijk van op welke
aansluiting u de voetregelaar (FC7) hebt
aangesloten.
28
MONTAGE Gebruikershandleiding
tab [Control Number].

Mixen

Elke mix kan maximaal 16 partijen bevatten en voor elke
partij kan een afzonderlijke mix worden gemaakt. U kunt de
verschillende mixparameters voor elke partij aanpassen:
volume, pan enz.
Basisprocedure voor mengen
1
Tik op de tab [Mixing] aan de linkerkant van
de display Performance Play.
De display Mixing wordt weergegeven.
2
4
5
6
1
Hoofdcategorie voor elke partij
2
Weergave schakelen tussen driebands
EQ/tweebands EQ
3
EQ-instelling voor elke partij
4
Parameterwaarden voor elke partij
5
Partij 1 – 16 weergeven
6
De audiopartijen weegeven (partij 9 – 16 worden niet
weergegeven)
2
Druk op de knop [PART CONTROL]
Number A-knoppen [1] – [16] om de partij te
selecteren waarvoor u de parameterwaarden
wilt aanpassen.
OPMERKING
Als u op het scherm op [Audio] (6) tikt, worden de audiopartijen
weergegeven. U kunt de parameters instellen die betrekking
hebben op de audiogegevens (AD Part) die worden ingevoerd via
de A/D INPUT [L/MONO]/[R]-aansluiting en de audiogegevens
(Ditigal Part)* die worden ingevoerd via de [USB TO HOST]-
aansluiting.
*De audiogegevens die worden ingesteld als 'Digital L/R' van
apparaatpoorten
3
Verplaats de cursor naar de parameters voor
elke partij en wijzig de parameterwaarden
door aan de datadraaiknop te draaien.
OPMERKING
• Voor gedetailleerdere parameterinstellingen drukt u op de knop
[EDIT] in de display Mixing om de display Edit te openen.
• Voor meer informatie over de mixparameters en Mixing Edit
kunt u het PDF-document Naslaggids raadplegen.
1
3

Advertenties

Inhoudsopgave
loading

Deze handleiding is ook geschikt voor:

Montage 7Montage 8

Inhoudsopgave