Voorzorgsmaatregelen voor het rijden
Parkeren
Parkeer op een stevige, horizontale ondergrond.
●
Als u op een lichte helling of onverhard terrein
●
moet parkeren, parkeer de motorfiets dan
zodanig dat deze niet kan wegrollen of
omvallen.
Zorg ervoor dat hete onderdelen niet in
●
contact kunnen komen met ontvlambare
materialen.
Raak de motor, geluiddemper, remmen en
●
andere hete onderdelen niet aan voordat ze
zijn afgekoeld.
Zet het stuur altijd op slot en verwijder de sleu-
●
tel als u de motorfiets onbewaakt achterlaat,
om de kans op diefstal te verminderen.
Het gebruik van een antidiefstalalarmsysteem is
ook aanbevolen.
#
Parkeren op de zijstandaard of de
middenbok
Zet de motor uit.
1.
Schakel de parkeerrem in.
2.
14
BLZ. 51
2
De zijstandaard gebruiken
3.
Klap de zijstandaard omlaag.
Laat de motorfiets langzaam naar links leunen
totdat het volle gewicht op de zijstandaard
steunt.
De middenbok gebruiken
Ga voor het neerklappen van de middenbok
aan de linkerkant van de motorfiets staan.
Duw met uw rechtervoet op het uiteinde van
de middenbok en trek tegelijkertijd omhoog en
naar achteren.
Draai het stuur volledig naar links.
4.
Het draaien van het stuur naar rechts
u
reduceert de stabiliteit en kan tot gevolg
hebben dat de motorfiets omvalt.
Zet de contactschakelaar in de stand
5.
en verwijder de sleutel.
(Lock)
BLZ. 50
2