Stappenmotor-membraandoseerpomp MEMDOS SMART LDX/LAX/LPX
Verhindering van cavitatie (afbreken van de vloeistofstroom) door te
n
hoge snelheden
Pulsatiedempers vervullen ook belangrijke veiligheidsfuncties welke
voorkomen dat drukstoten ontstaan die leidingen in trilling brengen en tot
afscheuren kunnen leiden.
Dit probleem kan optreden bij:
Grote ampiltudes van de schommelingen
n
Grote lengtes van de leidingen (heftigheid van de pulsatie stijgt met de
n
lengte van de leiding)
Toepassing van star leidingwerk in plaats van flexibele slangen
n
Aanwijzing voor montage:
De montage moet in de onmiddelijke nabijheid zijn van de plaats waar
n
drukpieken gedempt moeten worden (direct voor het zuigventiel resp.
direct achter het persventiel).
Pulsatiedempers moeten met daarachter geïnstalleerde sperafsluiters
n
resp. drukhoudventielen ingebouwd worden. Door juiste instelling van
de ventielen en afsluiters kan de demping van de pulsatie nog meer
geoptimaliseerd worden.
Om onnodige verliezen door leidingweerstand te voorkomen zal de
n
verbindingsleiding dezelfde nominale doorlaat als die van de pulsatie-
demper hebben.
Grotere pulsatiedempers en deze met slangaansluitingen moeten se-
n
paraat bevestigd worden.
Leidingwerk mag geen mechanische spanningen op de pulsatiedem-
n
pers overdragen.
8.6.6 Aanzuighulp
Aanzuighulpen worden in het bijzonder aanbevolen bij:
Doseerpompen met geringe doorstroming per slag resp. geringe slag-
n
lengte instellingen
Grote zuighoogte
n
Hoge dichtheid (soortelijk gewicht) van de te doseren vloeistof
n
Eerste aanzuiging op basis van droge ventielen en lucht in de zuiglei-
n
ding en doseerkop
Doseerinstallaties met veelvuldige stilstand
n
Overige voordelen die aanzuighulpen bieden:
Verhindering van cavitatie in de zuigleiding
n
Gasafscheiding
n
Optische doseercontrole bij kleine hoeveelheden
n
Vereffenen van de zuigstroom
n
Vloeistofzijdig installeren
20
8.6.7 Niveaubewaking
Niveaubewaking van de doseermiddeltoevoer aan de zuigzijde om te
voorkomen dat de container tijdig leeggezogen en bijgevuld wordt.
8.6.8 Dosering van suspensies
Bij dosering van suspensies moet de doseerkop regelmatig gespoeld
worden om afzetting te voorkomen. Hiervoor wordt een aanvoerleiding
voor het spoelmedium (water) in de zuigzijdige installatie gemaakt.
8.6.9 Zuigdrukregelaar
Een zuigdrukregelaar kan nodig zijn wanneer de zuigzijdige montage van
de installatie een variërende zuigdruk resp. toeloopdruk heeft:
Doseerpompen die bovenop een doseervat gemonteerd zijn, verpom-
n
pen met het ledigen van het vat minder omdat de zuighoogte toe-
neemt.
Doseerpompen die onder het niveau van een doseervat gemonteerd
n
zijn, verpompen met het ledigen van het vat minder omdat de positie-
ve toeloopdruk afneemt.
Andere problemen die kunnen ontstaan:
Hogere slijtage aan de doseerpomp zoals bijv. membraanbreuk door
n
sterk inwerkende krachten bij bijzonder hoge containers/vaten en do-
seervloeistoffen met hoge dichtheid.
Leeglopen van doseervaten bij membraanbreuk of leidingbreuk
n
Ontoelaatbar hoge krachten in de pompaandrijving welke ontstaan als
n
doseerpompen de vloeistof direct uit drukleidingen krijgen
Verminderde capaciteit van armaturen door cavitatie bij lange zuiglei-
n
dingen
De installatie van een zuigdrukregelaar biedt hulp bij bovenstaande pro-
blemen. De zuigdrukregelaar wordt door de zuigdruk van de doseerpomp
geopend. Daardoor wordt veilig gesteld dat er geen vloeistof kan stromen
wanneer de doseerpomp niet loopt of in geval van een leidingbreuk geen
vacuüm kan optreden.
Aanwijzing voor montage:
Bij toepassing van een grote zuigdrukregelaar zal een pulsatiedemper
n
op de zuigzijde gebruikt moeten worden.
BA-10005-05-V01
Bedieningsvoorschrift
© Lutz-Jesco GmbH 2023