Dode zone van het roer
Dit is een "leer"-functie die constant is geactiveerd. Deze functie voorkomt dat het roer gaat
slingeren. De functie optimaliseert de dode zone voor de snelheid van het vaartuig en de
druk op het roer.
Als de automatische instelling niet goed functioneert door grote traagheid van het stuurwiel
of een loszittende stuurinrichting, kan deze instelling handmatig worden aangepast.
Zoek de laagst mogelijke waarde waarmee voorkomen wordt dat het roer constant slingert.
Een grote dode zone veroorzaakt onnauwkeurig sturen. Wij adviseren de roerstabiliteit te
controleren in de modus Auto als het vaartuig vaart, om druk op het roer te krijgen.
Motorvermogen
Het uitgangsvermogen van de motor (getoond als percentage) is de hoeveelheid minimaal
en maximaal vermogen die nodig is voor het verkrijgen van de juiste roersnelheid bij
automatisch sturen (maximumsnelheid wordt gebruikt in NFU-modus).
¼ Opmerking:
de instelling voor het motorvermogen is niet beschikbaar bij een
elektromagnetisch bediend roer.
AD80 en SD80
Signaaluitvoer thruster
¼ Opmerking:
deze signaaluitvoer is niet beschikbaar bij een elektromagnetisch bediende
thruster.
De signaaluitvoer van de thruster is het percentage van het totale signaalbereik dat nodig is
voor een juiste stuwkracht.
Handshake-instellingen
De handshake-instellingen verwijzen naar de HS1- en de HS2-aansluitingen op de AD/SD-
kaart.
De handshake voor invoer pulslogboek en uitvoer automatische modus is altijd beschikbaar
in het AP60-systeem van HS2.
•
Een pulslogboek van 200 p/NM op de ingang wordt als een snelheidsbron in het CAN-
netwerk weergegeven.
•
De uitvoer wordt een gesloten contact wanneer de stuurautomaat zich in de modus AUTO,
NoDrift
NAV
of
bevindt. Dit signaal kan worden gebruikt voor het verminderen van de
oliestroom naar het roer, voor het activeren van het wachtalarm, enzovoort.
Systeemconfiguratie |
AP60 Bedieningshandleiding
| 33