7 Elektrische installatie
▶
Bepaal de vereiste dwarsdoorsnede van de geleiders
aan de hand van de in de technische gegevens vermelde
waarden voor het maximale ontwerpvermogen.
▶
Houd in elk geval rekening met de installatievoorwaarden
(bij de klant).
▶
Sluit het product via een vaste aansluiting en een schei-
dingsinrichting met minstens 3 mm contactopening (bijv.
zekeringen of vermogensschakelaar) aan.
▶
Installeer de scheidingsvoorziening in de onmiddellijke
omgeving van de warmtepomp.
▶
Sluit het product voor de stroomvoorziening overeenkom-
stig het typeplaatje aan op een eenfase-netwerk van 230
V of een driefasen draaistroomnet van 400 V met een
nul- of aardleiding, met naleving van de fasen.
▶
Beveilig de aansluiting met precies de waarden die in de
technische gegevens vermeld staan.
▶
Installeer een externe, door de klant te plaatsen CV-
pomp (hoogefficiënte pomp). Sluit de stuurleiding aan
op de warmtepomp.
▶
Installeer een externe, door de klant te plaatsen brijncir-
cuitpomp (hoogefficiënte pomp). Sluit de stuurleiding aan
op de warmtepomp.
▶
Wanneer de elektriciteitsleverancier ter plaatse voor-
schrijft dat de warmtepomp gestuurd moet worden via
een blokkeersignaal, monteert u een overeenkomstige,
door de leverancier goedgekeurde contactschakelaar.
▶
Zorg ervoor dat de maximale kabellengte van de voeler-
kabels, bijv. van de VRC DCF-ontvanger, niet meer van
50 m bedraagt.
▶
Leg aansluitleidingen met netspanning en voeler- of bus-
leidingen vanaf een lengte van 10 m apart. Minimumaf-
stand laagspannings- en netspanningskabel bij kabel-
lengte > 10 m: 25 cm. Is dit niet mogelijk, gebruik dan
een afgeschermde kabel. Leg het scherm aan een kant
op de plaat van de schakelkast van het product.
▶
Gebruik vrije klemmen van de warmtepomp niet als
steunklemmen voor de verdere bedrading.
1
30 mm max.
1
Aansluitdraden
▶
Ontmantel de buitenste omhulling van flexibele leidingen
slechts maximaal 3 cm.
▶
Bevestig de aders in de aansluitklemmen.
24
2
2
Isolatie
7.1
Schakelkast
7.1.1
Schakelkast VWS 220/3 - 300/3
9
10
A1
A2
A1
A2
L1 L2 L3
L1 L2 L3
T1 T2 T3
T1 T2 T3
8
1
Trekontlastingen
2
Aansluitklemmen
stroomvoorziening en
stuursignalen verwar-
mings- en brijncircuit en
ext. alarmuitgang
3
Aanloopstroombegren-
zer
4
Led groen spannings-
voeding
Installatie- en onderhoudshandleiding Warmtepomp 0020202611_00
1
2
A1
A2
PE
A1
A2
L1 L2 L3
L1 L2 L3
T1 T2 T3
T1 T2 T3
7
6
5
4
3
5
Bescherming voor elek-
trische hulpverwarming
6
Veiligheidsbescherming
compressor
7
Aanstuurbescherming
compressor
8
Bescherming aanloop-
stroombegrenzer
9
Printplaat thermostaat
10
Klemmenstrook voor
sensoren en externe
componenten