2
2.
Schroef de afsluitdop van de testaansluiting van het
rookgas (1) eraf.
3.
Verwijder de afsluitdop van de inspectieopening voor
verbrandingslucht (2).
4.
Wacht minstens 3 minuten tot het toestel bedrijfstempe-
ratuur bereikt heeft.
5.
Controleer het CO
-gehalte en stel evt. de luchthoeveel-
2
heid in. (→ Pagina 33)
CO
-gehalte
2
Voorwaarden:
Buitentemperatuur < 0 °C
Voorwaarden:
Buitentemperatuur > 0 °C
6.
Controleer de minimale last (testprogramma P.2).
(→ Pagina 59)
7.
Wacht minstens 3 minuten tot het toestel bedrijfstempe-
ratuur bereikt heeft.
8.
Controleer het CO
-gehalte en stel evt. de luchthoeveel-
2
heid in. (→ Pagina 33)
CO
-gehalte
2
Voorwaarden:
Buitentemperatuur < 0 °C
Voorwaarden:
Buitentemperatuur > 0 °C
9.
Beëindig de testprogramma's door de toetsen i en +
tegelijk in te drukken.
Gevaar!
Vergiftigingsgevaar
Lekkend rookgas kan tot vergiftigingen lei-
den.
▶
Zorg ervoor dat de afsluitdop vast op de
testaansluiting bevestigd is.
10. Schroef de afsluitdop op de testaansluiting van het
rookgas (1).
11. Steek de afsluitdop op de inspectieopening voor ver-
brandingslucht (2).
0020129678_02 icoVIT exclusiv Installatiehandleiding
11.4
Gebruik de volgende checklist om te kopiëren en zo het on-
derhoud te documenteren.
1
Voer de volgende handelingen uit.
☐
☐
12,5 ± 0,3 vol.-%
13,0 ± 0,3 vol.-%
☐
☐
12,5 ± 0,3 vol.-%
13,0 ± 0,3 vol.-%
☐
☐
Onderhoudschecklist
Controle van de rookgaswaarden
☐
Roettest uitvoeren
☐
Rookgastemperatuur meten
☐
CO
-gehalte (koolstofdioxide) meten
2
☐
CO-gehalte (koolstofmonoxide) meten
☐
Brander na ventilatornaloop buiten bedrijf stellen
☐
Brander demonteren en in aflegpositie brengen
Reiniging aan de ketel bij geringe vervuiling
☐
Flens demonteren, pakkingen/isolatiesteen controle-
ren, eventueel vervangen
☐
Vlampijp controleren, eventueel reinigen
☐
Stootplaat uit de verbrandingsruimte verwijderen en
reinigen
☐
Verbrandingsruimte en spiraalbuizen reinigen
☐
Condensaatafvoer in de verbrandingskamer met de
borstel reinigen
☐
Rookgascollector demonteren en reinigen, pakkin-
gen van de rookgascollector vervangen
☐
Olieneutralisatie-inrichting: pH-waarde controleren,
granulaat spoelen (pH-waarde kleiner dan 6,5: gra-
nulaat bijvullen, actieve kool vervangen)
☐
Indien voorhanden: condensaathevelpomp spoe-
len/reinigen
☐
Rookgascollector monteren en met ca. 1,0 l water
vullen
☐
Stootplaat in positie brengen en branderflens monte-
ren
Reiniging van verbrandingsruimte en spiraalbuizen bij
sterke vervuiling
☐
Reinigingswagen (art.-nr. 0020017065) aansluiten en
ketel spoelen
Brander in onderhoudspositie brengen
☐
Elektroden en menginrichting reinigen, elektroden
eventueel vervangen
☐
Olieverstuiver vervangen afstand olie-/luchtverstuiver
instellen
☐
Stookoliefilterelement vervangen
Brander inbouwen
☐
Branderflensschroeven op vastheid controleren
☐
Oliepompfilter reinigen, eventueel vervangen (alleen
na branderstoringen nodig)
☐
Oliepompkoppeling controleren, eventueel vervan-
gen
☐
Olieleidingen en schroefverbindingen op dichtheid
controleren
☐
Elektrische verbindingen op vastheid controleren
Brander in bedrijf stellen
☐
Meetwaarden controleren, eventueel brander op-
nieuw instellen
☐
Rookgastemperatuur meten
☐
Ventilatordruk meten
Onderhoud 11
51