▶
Neem voor de conditionering van het vul- en suppletie-
water de geldende nationale voorschriften en technische
regels in acht.
Voor zoverre nationale voorschriften en technische regelin-
gen geen hogere eisen stellen, geldt het volgende:
U moet het verwarmingswater conditioneren,
–
als de volledige vul- en bijvulwaterhoeveelheid tijdens de
gebruiksduur van de installatie het drievoudige van het
nominale volume van de CV-installatie overschrijdt of
–
als de in de volgende tabellen genoemde grenswaarden
niet in acht genomen worden.
Toegestane waterhardheid
Totaal ver-
Totale hardheid bij kleinste ketelverwar-
warmings-
mingsoppervlak1
vermogen
20 l/kW
kW
mol/m³
Geen aan-
vraag
< 50
)
< 3 2
> 50 tot ≤
2
200
1) Bij installaties met circulatiewaterverwarmers en voor syste-
men met elektrische verwarmingselementen.
2) van het specifieke installatievolume (liter nominale in-
houd/verwarmingsvermogen; bij meerketelinstallaties moet het
kleinste individuele vermogen ingezet worden).
Deze gegevens gelden alleen tot het 3-voudige installatievo-
lume voor vul- en bijvulwater. Als het drievoudige installatie-
volume overschreden wordt, moet het water, precies zoals bij
overschrijding van de in tabel genoemde grenswaarden, vol-
gens de voorschriften van de VDI behandeld worden (onthar-
den, demineraliseren, hardheidsstabilisatie of spuien).
Toegestaan zoutgehalte
Kenmerken van het
Een-
verwarmingswater
heid
Elektrisch geleidings-
μS/cm
vermogen bij 25 °C
—
Uitzicht
—
pH-waarde bij 25 °C
Zuurstof
mg/l
1) Bij aluminium en aluminiumlegeringen is het pH-waardebe-
reik van 6,5 tot 8,5 beperkt.
7.6
CV-ketel en CV-installatie vullen en
ontluchten
CV-ketel vullen
Aanwijzing
Als het toestel via de vul- en aftapkraan aan in-
stallatiezijde gevuld wordt, dan kan de ontluchting
van het toestel lang duren.
Het toestel kan sneller ontlucht worden als eerst
het toestel via de toestelinterne ketelvul- en aftap-
inrichting en daarna de CV-installatie via de vul-
en aftapkraan aan installatiezijde gevuld wordt.
0020129678_02 icoVIT exclusiv Installatiehandleiding
)
> 20 l/kW
> 50 l/kW
< 50 l/kW
mol/m³
mol/m³
2
0,02
1,5
0,02
zouthou-
zoutarm
dend
< 100
100 ... 1.500
vrij van gesedimenteerde
stoffen
1)
1)
8,2 ... 10,0
8,2 ... 10,0
< 0,1
< 0,02
Montage en installatie 7
1
1
Ontluchtingsnippel
1.
Klap de schakelkast naar voren en haal het bekledings-
deksel eraf. (→ Pagina 21)
2.
Open de ontluchtingsnippel aan de CV-aanvoer in het
toestel.
3.
Sluit de vulslang aan de ketelvul- en aftapinrichting aan.
4.
Vul de oliegestookte HR-ketel met de vulslang via de
ketelvul- en aftapinrichting tot er water uit de ontluch-
tingsnippel komt.
5.
Sluit de vul- en aftapnippel en verwijder de vulslang.
CV-installatie vullen/bijvullen
6.
Open alle thermostaatkranen van de CV-installatie.
7.
Sluit de vulslang aan de vul- en aftapkraan aan installa-
tiezijde aan.
Waarschuwing!
Gevaar voor beschadiging door onge-
schikte antivriesmiddelen
Door ongeschikte antivriesmiddelen en an-
dere additieven kunnen er beschadigingen
aan pakkingen en membranen alsook gelui-
den in de CV-bedrijf ontstaan.
▶
Gebruik alleen de geschikte antivriesmid-
delen in het CV-water.
8.
Vul de CV-installatie via de vul- en aftapkraan bij.
–
Installatiedruk: 1 ... 1,5 bar
9.
Ontlucht alle radiatoren.
10. Controleer alle aansluitingen en de volledige CV-instal-
latie op ondichtheden.
11. Controleer opnieuw de installatiedruk van de CV-instal-
latie.
Vuldruk: ≤ 1 bar
▶
Vul de CV-installatie opnieuw via de vul- en aftap-
kraan bij.
2
2
Ketelvul- en aftapinrichting
27