11 Onderhoud
11.3.2 Oliepompdruk controleren en evt. instellen
1.
Klap de schakelkast naar voren en haal het bekledings-
deksel eraf. (→ Pagina 21)
7
N C
6
+
-
P
1
1
NO ... magneetklep 2e
trap
2
Filter
3
P ... manometeraansluiting
4
P
... oliedrukregelschroef
2
2e trap
Gevaar!
Gevaar voor elektrische schokken door
vrijliggende componenten
Vrijliggende componenten aan de brander
kunnen bij het gebruik van ongeschikt ge-
reedschap elektrische schokken veroorza-
ken.
▶
Werk aan de brander alleen met een ge-
sloten schakelkast.
▶
Gebruik alleen het daarvoor bestemde
gereedschap.
2.
Monteer de oliedrukmanometer aan de manometeraan-
sluiting van de oliepomp.
–
Werkmateriaal: Manometer 1/8", 0 - 25 bar
3.
Schakel het toestel in.
4.
Stel het testprogramma P.2 in om de oliedruk van de 1e
trap in te stellen.
5.
Meet het CO
-gehalte. Klopt het CO
2
dan de oliedruk aan tot het CO
6.
Draai aan de oliedrukregelschroef.
50
1
2
3
N O
4
P
-
P
2
+
5
V
5
V ... vacuümmeteraanslui-
ting
6
P
... oliedrukregelschroef
1
1e trap
7
NC ... magneetklep 1e
trap
-gehalte niet, pas
2
-gehalte klopt.
2
–
Het naar rechts draaien zorgt voor een drukverho-
ging (groter vermogen, verhogen van het CO
halte).
–
Het naar links draaien zorgt voor een drukverlaging
(kleiner vermogen, verlaging van het CO
7.
Stel de oliedruk (→ Pagina 32) in.
–
Oliedruk: ≥ 8,5 bar
Aanwijzing
Als het CO
2
is, dan moet het ventilatortoerental onder
d.50 verhoogd worden.
8.
Stel het testprogramma P.1 in om de oliedruk van de 2e
trap in te stellen.
9.
Draai aan de oliedrukregelschroef.
–
Het naar rechts draaien zorgt voor een drukverho-
ging (groter vermogen, verhogen van het CO
halte).
–
Het naar links draaien zorgt voor een drukverlaging
(kleiner vermogen, verlaging van het CO
10. Stel de oliedruk (→ Pagina 32) in.
–
Oliedruk: ≤ 24 bar
Aanwijzing
Als het CO
2
dan moet het ventilatortoerental onder d.51
verlaagd worden.
11.3.3 CO
-gehalte via ventilatortoerental instellen
2
1.
Controleer de oliepompdruk en stel de oliepompdruk
evt. in. (→ Pagina 50)
2.
Controleer het CO
-gehalte en stel evt. de luchthoeveel-
2
heid in. (→ Pagina 33)
11.3.4 CO
-gehalte controleren
2
Aanwijzing
Een afwijking van de benodigde luchthoeveelheid
wordt aan de hand van CO
2e trap vastgesteld.
1.
Controleer de nominale last (testprogramma P.1).
(→ Pagina 59)
Installatiehandleiding icoVIT exclusiv 0020129678_02
-ge-
2
-gehalte).
2
-gehalte bij 7,5 bar nog te hoog
-ge-
2
-gehalte).
2
-gehalte bij 24 bar nog te laag is,
-metingen in de 1e en
2