9
Overdracht aan de gebruiker
1.
Geef de gebruiker alle voor hem bestemde handlei-
dingen en toestelpapieren, zodat hij ze kan bewaren.
Wijs hem erop dat de handleidingen in de buurt van het
toestel bewaard moeten worden.
2.
Informeer de gebruiker over getroffen maatregelen voor
de verbrandingsluchttoevoer en de rookgasafvoer en
wijs hem er nadrukkelijk op dat deze niet veranderd
mogen worden.
3.
Informeer de gebruiker over het controleren van de ver-
eiste vuldruk van de installatie en over de maatregelen
die hij indien nodig moet nemen bij het bijvullen en ont-
luchten.
4.
Wijs de gebruiker op de juiste (efficiënte) instelling van
temperaturen, thermostaten en thermostaatkranen.
5.
Neem samen met de gebruiker de gebruiksaanwijzing
door en beantwoord eventueel zijn vragen.
6.
Wijs de gebruiker vooral op de veiligheidsvoorschriften
die hij in acht moet nemen.
7.
Wijs de gebruiker op de noodzaak van een regelmatige
inspectie en een regelmatig onderhoud van de instal-
latie en het CV-toestel. Raad de gebruiker aan om een
inspectie-/onderhoudscontract af te sluiten.
10 Inspectie
10.1
Inspectie- en onderhoudsschema
10.1.1 Onderhoudsrelevant interval
Onderhoudsrelevant interval
Interval
Onderhoudswerkzaamheden
Na demon-
Branderpakkingen vervangen
tage van de
brander
Bij slijtagever-
Elektroden vervangen
schijnselen /
indien nodig
jaarlijks
10.1.2 Op kalender gebaseerde
onderhoudsintervallen
Op kalender gebaseerde onderhoudsintervallen
Interval
Onderhoudswerkzaamheden
Minstens jaar-
Onderdruk van de oliepomp con-
lijks
troleren
Roetgetal meten
CO
-gehalte via ventilatortoerental
2
instellen
Oliepompfilter reinigen
Rookgascollector reinigen
Verbrandingskamer en spiraalbui-
zen reinigen
Geldt voor: Toestel met
neutralisatie-inrichting
Olieneutralisatie-inrichting - rei-
nigen en vulling vervangen (zie
installatie- en onderhoudshandlei-
ding olieneutralisatie-inrichting)
0020129678_02 icoVIT exclusiv Installatiehandleiding
Overdracht aan de gebruiker 9
Interval
Minstens jaar-
lijks
Minstens om
de twee jaar
10.2
Verbrandingswaarden controleren
10.2.1 Roetgetal meten
1.
Controleer de nominale last (testprogramma P.1).
(→ Pagina 59)
2
2.
Schroef de afsluitdop van de testaansluiting van het
Pagina
rookgas (1) eraf.
3.
Verwijder de afsluitdop van de inspectieopening voor
verbrandingslucht (2).
4.
Meet het roetgetal.
–
Roetgetal (DIN EN 267): Vergelijkingsschaal roetge-
tal < 1
–
Werkmateriaal: Roetpomp met blaadjes
47
Pagina
29
5.
Controleer het lucht- en rookgastraject.
39
6.
Controleer de nominale last (testprogramma P.1).
(→ Pagina 59)
50
7.
Controleer het CO
45
heid in. (→ Pagina 33)
44
10.2.2 Rookgasverliesmeting
46
Het CO
-gehalte is een maatstaf voor de economische ver-
2
branding van de stookolie. Voor het bepalen van het rook-
gasverlies moeten het CO
gastemperatuur en de verbrandingsluchttemperatuur geme-
ten worden.
Onderhoudswerkzaamheden
Olieverstuiver vervangen
Oliepompdruk controleren en evt.
instellen
Elektroden vervangen
1
Aanwijzing
Als zich roet in de rookgassen bevindt, dan
moet de oorzaak voor verdere metingen ge-
vonden worden. Deze werkwijze beschermt
de meettoestellen tegen verontreinigingen
door roet.
-gehalte en stel evt. de luchthoeveel-
2
-gehalte in het rookgas, de rook-
2
Pagina
48
50
47
39