8.4
Onderdruk van de oliepomp controleren
7
N C
6
+
-
P
1
1
NO ... magneetklep 2e
trap
2
Filter
3
P ... manometeraansluiting
4
P
... oliedrukregelschroef
2
2e trap
1.
Schakel het toestel uit.
2.
Sluit de vacuümmeter aan de vacuümmeteraansluiting
aan.
–
Werkmateriaal: Vacuümmeter; 1/8", -1 - 0 bar
3.
Schakel het toestel in.
4.
Controleer de onderdruk van de oliepomp.
Onderdruk > 0,3 bar
▶
Controleer de olietoevoer.
Aanwijzing
Is de onderdruk groter dan 0,3 bar, dan
kan de olietoevoerleiding of de oliefilter
afgesloten, verstopt of verkeerd gedimen-
sioneerd zijn.
5.
Verwijder de vacuümmeter van de oliepomp.
8.5
Toestel in gebruik nemen
1.
Neem het toestel volgens de bijbehorende gebruiksaan-
wijzing in gebruik.
2.
Schakel het toestel in.
3.
Controleer of er een warmtevraag is.
4.
Druk op de toets „i".
◁
Als de brander in gebruik is, verschijnt op het
display de statuscode "S.4".
◁
De aangegeven statuscode wordt bovendien door
de weergave met gewone tekst „CV brander aan"
toegelicht.
0020129678_02 icoVIT exclusiv Installatiehandleiding
1
2
3
N O
4
P
-
P
2
+
5
V
5
V ... vacuümmeteraanslui-
ting
6
P
... oliedrukregelschroef
1
1e trap
7
NC ... magneetklep 1e
trap
8.5.1
Diagnosemodus oproepen
1.
Druk tegelijk op de toetsen "i" en "+" onder het display.
◁
Op het display verschijnt "d.0" (CV-deellast).
2.
Stap met de toetsen „+" of „–" naar het gewenste dia-
gnosenummer.
3.
Druk op de toets "i".
◁
Op het display verschijnt de bijbehorende diagnose-
informatie.
Aanwijzing
De weergegeven diagnosecode wordt bij-
komend verklaard met een tekst, bijv. voor
"Pompnaloop verwarming 5" min".
Ingebruikneming 8
+
29