8.10
Ingebruikname documenteren
8.10.1 Ingebruiknamesprotocol
Vul bij de ingebruikname het protocol in.
Stappen
Opstellingsplaats vorstvrij
(Omgevingstemperatuur + 4 °C tot 50 °C)
Verbrandingsluchttoevoer gecontroleerd
(Opening voor verbrandingsluchttoevoer > 125 cm² )
Rookgasinstallatie van binnen gecontroleerd
(Verval naar het toestel min. 3°)
Rookgasinstallatie van buiten gecontroleerd
(Vrije afvoer van de rookgassen, geen aanzuigen van
rookgassen)
Elektrische aansluiting deskundig uitgevoerd
(Scheidingsinrichting voorhanden)
Neutralisatie-inrichting aangesloten en met actieve kool
gevuld
(Bij zwavelarme stookolie is in de regel geen neutralisatie
vereist)
Boosterpomp van de neutralisatie-inrichting elektrisch aan
X6 aangesloten, diagnosepunt d.26 op "5" ingesteld
Condensaathevelpomp (indien voorhanden) op werking
gecontroleerd
Condensaatleidingen op vrije doorgang en dichtheid ge-
controleerd
(Met verval, zonder knikpunten geplaatst)
Veiligheidsklep, expansievat, pomp en manometer voor-
handen
Toestel via ketelvul- en aftapinrichting gevuld en ontlucht
CV-installatie gevuld en ontlucht
Indien voorhanden, laadcircuit bij de actoSTOR ontlucht
Drinkwatercircuit ontlucht
Sifon via de rookgasinstallatie met water gevuld, ca. 1,0
liter
Dichtheidscontrole uitgevoerd: verwarming, vers water,
olie, condensaat
Olieaansluiting correct geïnstalleerd en olieleiding ontlucht
Olieleiding in het eenleidingsysteem met binnendiameter
niet groter dan 4 mm geplaatst
Voorgeschreven oliefilter (5-20 µm) met ontluchtingssys-
teem voorhanden
Elektrische aansluiting en steekverbindingen correct tot
stand gebracht
0020129678_02 icoVIT exclusiv Installatiehandleiding
Ja
Nee
Meetwaarden
☐
☐
☐
☐
☐
☐
☐
☐
☐
☐
☐
☐
☐
☐
☐
☐
☐
☐
☐
☐
☐
☐
☐
☐
☐
☐
☐
☐
☐
☐
☐
☐
☐
☐
☐
☐
☐
☐
Ingebruikneming 8
37