3. Zet de maaihoogte op stand A 38 mm.
4. Verwijder de drijfriemkappen op de buitenste
assen.
5. Maak de bevestiging los waarmee de
riemgeleider vastzit aan de achterste poelie
(Figuur 58).
6. Trek de arm van de spanpoelie in de richting
die wordt aangegeven in Figuur 58, en
verwijder de riem van de poelies.
Figuur 58
1. Arm van spanpoelie
2. Veer
3. Bout, veerhouder
4. Aspoelies
De veer is onder spanning gemonteerd
en kan lichamelijk letsel veroorzaken.
Wees voorzichtig als u de arm van de
spanpoelie beweegt.
7. Leg de nieuwe riem rond de motorpoelie en de
poelies van het maaidek (Figuur 58). Monteer
een nieuwe riem onder de riemgeleider en rond
de achterste poelie.
8. Trek de spanpoelie in de richting die wordt
aangegeven in Figuur 58, en laat de riem over
de arm van de spanpoelie en de aspoelies lopen
(Figuur 58).
5. Riemgeleider en
bevestiging
6. Buitenste poelie
7. Drijfriem van maaidek
8. Tussenstuk van maaidek
9. Maak de bevestiging vast waarmee de
riemgeleider vastzit aan de achterste poelie
(Figuur 58).
10. Monteer de drijfriemkappen op de buitenste
assen.
Maaidek monteren
1. Parkeer de machine op een horizontaal
oppervlak en schakel de aftakas uit.
2. Zet de rijhendels in de remstand, schakel de
motor uit, verwijder het contactsleuteltje en
wacht totdat alle bewegende delen tot stilstand
zijn gekomen alvorens de bestuurdersstoel te
verlaten.
3. Zet de voorkant van de machine omhoog en
plaats deze op steunen.
4. Schuif het maaidek onder de machine.
5. Zet de maaihoogtehendel in de laagste stand.
6. Bevestig de stelstang aan de machine met de
ring en de R-pen (Figuur 57) aan beide kanten
van het maaidek.
7. Schuif de stelbeugels op de bevestigingspennen
en zet ze vast met de ringen en de R-ringen
(Figuur 57).
8. Bevestig de voorste steunstangen aan de
machine met de gaffelpennen en de R-pennen
(Figuur 56).
9. Monteer de drijfriem van het maaidek op
de motorpoelie; zie Drijfriem van maaidek
vervangen.
Reiniging
Sensoren van het
opvangsysteem reinigen
De sensoren van het opvangsysteem hoeven
niet volgens een bepaald schema te worden
onderhouden, maar als het alarm van de
grasvanger overgaat terwijl de grasvanger nog niet
vol is, moet u de vlakken van de sensoren met
een zachte doek afvegen. De doek mag worden
bevochtigd met water.
Belangrijk: Gebruik geen oplosmiddelen of
chemische stoffen van welke aard ook om de
sensoren te reinigen.
43