Figuur 18
6. Richt u nu weer op de machine. Controleer het
inwendige motorcompartiment en verwijder
maaisel of vuil dat tijdens de verwijdering van
de tunnel is losgeraakt.
Als vuil dat zich ophoopt in het
motorcompartment, niet wordt
verwijderd, bestaat de kans dat dit
door een hete motor gaat branden.
Brand in het motorcompartiment kan
brandwonden bij u of anderen en
materiele schade veroorzaken.
• Controleer voor gebruik en als
de motor koud is of er geen
rommel opgehoopt zit in het
motorcompartiment.
• Houd de machine vrij van gras,
bladeren of andere aangekoekte
rommel.
• Verwijder gemorste olie of brandstof
en met brandstof doortrokken
rommel.
• Laat de motor afkoelen voordat u de
machine stalt.
Afvoertunnel reinigen
Opmerking: Om verstopping van het
opvangsysteem te voorkomen, moet u het gras bij
een hoge maaistand maaien; vervolgens zet u het
maaidek lager in de normale maaistand en kunt u
de grasvanger weer gebruiken.
Verwijder de afvoertunnel en klop deze uit op de
grond om vastgekoekt maaisel of vuil eruit te laten
lopen. Controleer hierbij visueel de tunnel om
er zeker van te zijn dat deze schoon is en geen
beschadiging vertoont. Verwijder indien nodig met
de hand verstoppingen uit de tunnel.
Afvoertunnel monteren
1. Houd de spie in de tunnel op een lijn met de
spiebaan.
A. Schuif de tunnel voorzichtig in de machine
tot de eerste bocht.
B. Draai de tunnel een kwart slag omlaag en
schuif de tunnel verder tot de tweede bocht.
C. Draai de tunnel een kwart slag linksom en
schuif de tunnel verder.
D. Kijk over de motorkap in en in het
inwendige van de machine. Houd de spie
22