8.14.3 Milliohmmeting met 200 mA of 20 mA gelijkstroom [m
De Kelvin-clips KC4 en Kelvin-sondes KC27, verkrijgbaar als toe-
behoren, maken een eenvoudige en correcte aansluiting mogelijk.
Voor het meten van grote objecten kunt u het accessoire KCV100
kabeltrommel voor vierdraadsmeting (100 meter) gebruiken. Zie
zie "Toebehoren (sensoren, stekkerinzetstukken, adapter, verbruiks-
materiaal)" op blz. 3.
De weerstand van de stroomaansluitingen moet < 5 zijn.
Deze meetmethode is ook geschikt voor weerstanden met een
inductantie van maximaal 1 H.
➭ Overtuig u er van dat het meetobject spanningsvrij is, zie
Hoofdst. 8.6.4. Externe spanning vervalst het meetresultaat!
➭ Zet de draaiknop op „m/4".
➭ Selecteer de gewenste teststroom Ip set met de cursortoetsen
.
➭ Kies eventueel het gewenste meetbereik met de toets Man /
Auto: 30 m, 300 m, 3 (Ip set = +200mA) of 30 (Ip set =
+20mA).
➭ Sluit het testobject aan zoals getoond op de afbeelding.
Raadpleeg voor het gebruik van toebehoren de bijbehorende
productdocumentatie.
➭ Activeer de meting door op de softkey Start te drukken.
➭ Schakel zo nodig de correctie van de thermospanning in, be-
schrijving zie hieronder.
➭ Om de meting te stoppen, drukt u op de softkey Stop.
Correctie van de thermospanning in het meetbereik 30/300 m
➭ Sluit de meetkabels aan en druk op de softkey TComp om de
thermospanning te meten.
Wacht totdat de meting gestabiliseerd is. Dit kan een paar se-
conden duren, afhankelijk van de inductantie. Als de meet-
waarde is gestabiliseerd, drukt u op de softkey Save. De kleur
van de softkey TComp verandert van zwart in groen. De toe-
komstige meetresultaten worden nu gecorrigeerd aan de
hand van de eerder gemeten waarde.
De thermospanning kan ook worden gemeten in een lopende
meting nadat u op de softkey Start hebt gedrukt.
De procedure is zoals eerder beschreven.
Meting op inductieve testobjecten
Spoelen, bijv. van motoren, smoorspoelen en contactoren, heb-
ben een hoge inductantie. Elke verandering van stroom op een
inductantie, dus ook het in- en uitschakelen van de milliohmmeter
of een verandering van bereik, leidt tot een verandering van span-
ning. Dit kan van aanzienlijke omvang zijn en in het ergste geval
tot de vorming van een lichtboog leiden. De milliohmmeter is hier-
tegen beschermd door passende spanningsbeveiligingen.
Gossen Metrawatt GmbH
8.14.4 Milliohmmeting met 1 A impuls meetstroom
(automatische correctie van de thermospanning bij
3 ... 300 m)
➭ Overtuig u er van dat het meetobject spanningsvrij is, zie
Hoofdst. 8.6.4. Externe spanning vervalst het meetresultaat!
➭ Zet de draaiknop op „m/4".
➭ Sluit het testobject aan zoals getoond op de afbeelding.
De Kelvin-clips KC4 en Kelvin-sondes KC27, verkrijgbaar als toe-
behoren, maken een eenvoudige en correcte aansluiting mogelijk.
De weerstand van de stroomaansluitingen moet < 0,5 zijn.
➭ Kies eventueel het gewenste meetbereik met de toets Man /
Auto: 3 m (Ip set = +1A), (30 m of 300 m(Ip set = +1A)
➭ Sluit het testobject aan zoals getoond op de afbeelding.
Een correctie van de thermospanning vindt automatisch plaats.
➭ Activeer de meting door op de softkey Start te drukken.
➭ Om de meting te stoppen, drukt u op de softkey Stop.
De instelling op 1 A teststroom kan met een wachtwoord zijn
beveiligd. Indien nodig wordt u gevraagd een geldig wachtwoord
in te voeren. Zie hoofdst. 8.1 op blz. 27.
Correctie van de thermospanning in het meetbereik 30/300 m
➭ Druk eerst op de softkey Start en vervolgens op de softkey
TComp om de thermospanning te meten. De kleur van de soft-
key TComp verandert van zwart in groen. Wacht totdat de me-
ting gestabiliseerd is. Dit kan een paar seconden duren,
afhankelijk van de inductantie. De toekomstige meetresultaten
worden nu gecorrigeerd aan de hand van de eerder gemeten
waarde.
49