Download Inhoudsopgave Inhoud Print deze pagina
Inhoudsopgave

Advertenties

P r o b l e e m o p l o s s i n g
P r o b l e e m o p l o s s i n g
In de volgende tabel staat wat u moet doen als de Rad-8 niet goed werkt of uitvalt.
PROBLEEM
APPARAAT
SCHAKELT NIET IN
BATTERIJ HEEFT
AANZIENLIJK
KORTERE
GEBRUIKSDUUR
AANHOUDENDE
LUIDSPREKERTOON
GEEN
LUIDSPREKERTOON
ER KLINKT GEEN
ALARMTOON
MELDING
SENSOR UIT
MELDING
GEEN SENSOR
LAGE PERFUSIE
(PI-BALK WORDT
ROOD)
ZWAKKE
SIGNAAL-KWALITEIT
Gebruikershandleiding Rad-8 Signal Extraction PulseOximeter
MOGELIJKE OORZAAK
(OORZAKEN)
Batterij bijna leeg/niet
aangesloten op netvoeding
Batterij bijna leeg
Interne fout
Hartslagtoon is gedempt
Alarmdemping ingeschakeld
Sensor is niet correct op
de patiënt aangesloten.
Sensor is beschadigd.
Sensor is losgekoppeld van
patiëntkabel.
Sensor is ondersteboven op
patiëntkabel aangesloten.
Ongeschikt sensortype.
Locatie met slechte perfusie.
Sensor zit te strak.
Aandoeningen als hypothermie,
vasoconstrictie, hypovolemie,
perifere vasculaire
aandoeningen of anemie.
Sensor is beschadigd.
Sensor is niet het juiste type of
is verkeerd aangebracht.
Te veel beweging voor perfusie
of slechte perfusie.
Sensor of kabel is beschadigd
of werkt niet.
AANBEVELING
Sluit de netvoedingskabel aan op de
Rad-8 en steek het andere uiteinde
in een stopcontact. Controleer of het
netvoedingsindicatorlampje brandt.
Neem contact op met de
technische dienst of uw plaatselijke
vertegenwoordiger van Masimo.
Apparaat is toe aan onderhoudsbeurt.
Druk op de alarmdempingstoets. Als het
alarm blijft klinken, schakel het apparaat
dan uit. Als het apparaat niet uitschakelt
als u op de aan/uit-toets drukt, houdt u
de aan/uit-toets gedurende 5 seconden
ingedrukt. Stuur het apparaat terug voor
onderhoud.
Druk op de omhoog-toets of pas het
alarmvolume aan.
Zie het gedeelte over Alarmdemping in
hoofdstuk 4.
Breng de sensor op correcte wijze
opnieuw op de patiënt aan en sluit de
sensor opnieuw op het instrument of de
patiëntenkabel aan.
Vervang de sensor als deze beschadigd is.
Controleer of het LED-lampje van de
sensor knippert. Koppel de sensor los
en sluit deze opnieuw aan. Vervang de
sensor als de LED niet werkt.
Controleer of de sensor en de
sensormaat geschikt zijn voor de patiënt.
Controleer of de doorbloeding naar de
locatie wordt belemmerd. Zorg ervoor
dat de sensor niet te strak zit.
Stel het instrument in op de
gevoeligheidsstand MAX.
Warm de patiënt of de sensorlocatie op.
Verplaats de sensor naar een locatie
met een betere perfusie.
Controleer of de doorbloeding naar
de locatie wordt belemmerd.
Controleer de plaatsing van de sensor.
Breng de sensor opnieuw aan of
verplaats deze.
Vervang de sensor of de kabel.
6
6-1

Advertenties

Inhoudsopgave
loading

Inhoudsopgave