De fluo-reeks wordt opgeslagen en weergegeven als een fluo-
reeksminiatuur in de onderste helft van het paneel Beeldoverzicht.
Het laatste beeld van de reeks is zichtbaar in de miniatuur
Een fluo-reeksminiatuur wordt aangeduid met een doorzichtig
afspeelpictogram in het midden.
Afbeelding 84: Miniatuur van een fluo-reeks
7. Leg een snelle reeks vast.
a) Selecteer de modus Snelle reeks op de softwareconsole.
Afbeelding 85: Modus Snelle reeks
b) Houd de belichtingsknop of het radiografiepedaal ingedrukt om een
snelle reeks-belichting te maken.
c) Laat de belichtingsknop of het radiografiepedaal los om de snelle reeks
te stoppen.
De snelle reeks wordt opgeslagen en weergegeven als een snelle-
reeksminiatuur in de onderste helft van het paneel Beeldoverzicht.
Het laatste beeld van de reeks is zichtbaar in de miniatuur.
Een snelle-reeksminiatuur wordt aangeduid met een wit
afspeelpictogram in het midden.
Afbeelding 86: Miniatuur van een snelle reeks
8. Nadat een dynamische belichting is stopgezet, blijft het scherm voor
dynamische beelden zichtbaar en wordt de vastgelegde reeks doorlopend
afgespeeld.
WAARSCHUWING:
In uitzonderlijke omstandigheden kan het voorkomen
dat de kwaliteit van het laatste beeld van een snelle reeks
niet voldoende is als gevolg van een onvoltooide
belichting. In dit geval kan de gebruiker ervoor kiezen
om dit beeld te behouden of weg te gooien op het NX-
werkstation en in plaats hiervan het op één na laatste
beeld gebruiken.
DR 800 | Basiswerkschema | 123
0392C NL 20210309 1049