3. Zet het röntgensysteem in de juiste positie.
a) Controleer of een correcte automatische positie is geselecteerd.
Afbeelding 81: Bedieningselementen voor positionering op de
softwareconsole
b) Ga naar de geselecteerde automatische positie.
Het indicatielampje knippert als een automatische positie wordt
1.
geselecteerd, tot de automatische beweging is voltooid
Gebruik de joystick om naar de geselecteerde automatische positie
2.
te gaan terwijl het indicatielampje knippert
Afbeelding 82: Positieknoppen
De parameters van de werkelijke positie en doelpositie worden
weergegeven op de softwareconsole. Wanneer de doelpositie wordt
bereikt, stopt de beweging en gaat het indicatielampje op de console
uit.
c) Pas de positie aan met de positieknoppen.
4. Positioneer de patiënt.
5. Maak een set fluo-reeksen, snelle reeksen en statische beelden.
U kunt elk aantal fluo-reeksen, snelle reeksen of statische beelden
vastleggen, in elke volgorde.
Tabel 8: Ondersteunde werkschema's
Beeldty-
Instellin-
pe
gen
Fluoro-
scopie
1
2
Stap 1: activeren Stap 2: belich-
niet nodig
DR 800 | Basiswerkschema | 121
Resultaat
ting starten
fluoroscopiepe-
daal
0392C NL 20210309 1049